Rendement uit samenwerking in wonen, welzijn en zorg

12 januari 2012

Goede dienstverlening, een goede woning, goede hulpmiddelen en het activeren van mensen zorgen ervoor dat zorgbehoevende ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Dat is logisch. Dat hebben we al veel eerder geconcludeerd, in bijeenkomsten besproken en in checklists verwoord. Dat hoef je dus niet te onderzoeken. Toch is het goed dat Aedes, vereniging van woningcorporaties, dit nogmaals heeft gedaan.

Toepassing van rendementsberekening
In de recente uitgave ‘Compact, nr 52: Slim samenwerken in wonen, welzijn en zorg’ toont deze belangenbehartiger via Maatschappelijke Kosten-Baten Analyses (MKBA’s) aan dat investeringen in goede randvoorwaarden tot maatschappelijke baten leiden. Zowel in kwaliteit van leven als in harde euro’s. Aedes is daarmee de uitdaging van het ministerie van BZK aangegaan om in het sociale domein ervaring op te doen met rendementsberekeningen, ondanks alle beperkingen die dergelijke methodes kennen.

Landelijk jaarlijks €1,2 mld te besparen door samenwerking
In vijf voorbeelden laat Aedes zien dat investeringen door woningcorporaties, zorgorganisaties, gemeenten, bewoners, verzekeraars en andere commerciële partijen op de lange termijn aantoonbaar rendabel zijn. Dit rendement wordt vooral veroorzaakt doordat mensen langer zelfstandig blijven blijven wonen en daarmee minder kosten met zich meebrengen in vergelijking met het wonen in een verzorgings- of verpleeghuis. Naar schatting wordt hiermee per persoon per jaar €18.000 bespaard. Voor heel Nederland zou op die manier op jaarbasis maximaal €1,2 mld bespaard kunnen worden.

Schotten zijn groot probleem
Het probleem is dat in veel gevallen de investeerder een woningcorporatie is, terwijl de financiële opbrengsten bij de Rijksoverheid terechtkomen. Naar mijn idee zou de belangrijkste conclusie in de Compact daarom moeten zijn dat de aanwezigheid van schotten tussen AWBZ, WMO, het corporatiestelsel en eventueel de Zorgverzekeringswet een groot obstakel is. Aedes zou de Rijksoverheid moeten uitnodigen om projecten mogelijk te maken die via ontschotting aantoonbaar tot rendement leiden. En wellicht voorbeelden geven hoe partijen deze barrières op lokaal niveau toch slim oplossen. Deze ontschotting komt weinig expliciet aan bod, hoewel Aedes wel de vinger legt op specifieke inconsistente, onzekere of niet-adequate wet- en regelgeving.

Inspirerende voorbeelden
De beschreven voorbeelden zijn inspirerend en de belangen van samenwerkingspartners worden onderstreept. Andere conclusies zijn dat corporaties een belangrijke rol kunnen vervullen bij het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en het faciliteren van ontmoeting. Vroegtijdige signalering, zichtbare resultaten en goede communicatie zijn daarbij belangrijk. Tot slot blijkt het MKBA-model bruikbaar te zijn in de keten van wonen, welzijn en zorg.

Impuls voor werken vanuit rendement
De uitgave hinkt op twee gedachten: enerzijds komen inhoud en proces van samenwerking aan bod, anderzijds gaat de Compact over het rendement van maatschappelijke projecten. Nieuwe inzichten krijgen we vooral vanuit de rendementsberekeningen, ook al ben ik soms nieuwsgierig naar de onderbouwing van alle berekeningen. Per saldo is het lovenswaardig dat Aedes zijn nek uitsteekt om rendementen in wonen, welzijn en zorg zichtbaar en bespreekbaar te maken. Ik hoop dat dit een impuls is voor alle partijen om op die manier te gaan werken!


Vijf voor twaalf: ontwikkelingen ouderenzorg in 2012

12 december 2011

Het is vijf voor twaalf. De vergrijzing zwelt aan terwijl de crisis van banken, bouw, woningmarkt en euro de grenzen van onze collectieve verantwoordelijkheid steeds nadrukkelijker toont. Daarom presenteer ik hier een overzicht van de vijf belangrijkste ontwikkelingen voor 2012.

1. Debat over grenzen aan de zorg. Het lijkt erop dat nieuwe bezuinigingen daadwerkelijke hervormingen -eindelijk- politiek bespreekbaar maken. Die hervormingen gaan niet alleen over de hypotheekrente, maar ook over de zorg. Want het is duidelijk dat de collectieve lasten voor de zorg niet kunnen blijven stijgen. Linksom of rechtsom zullen burgers van Nederland méér zelf moeten gaan doen en/of betalen. We zullen zelfstandig of met ons eigen netwerk meer moeten investeren en meer zélf betalen. De meesten van ons kunnen heel goed geld en (vrije) tijd verschuiven. Alleen willen we natuurlijk liever tv-kijken, computeren, sporten, cultuur beleven of andere hobbies uitoefenen. Ook gaan we liever een keer extra op vakantie dan dat we de kosten hiervan aan onze zorg uitgeven. Toch is dát wat de komende jaren -zonder enige twijfel- zal gaan gebeuren. In 2012 kan het politieke en publieke debat hierover geopend worden.

2. Eigen regie centraal. Burgers krijgen het steeds meer voor het zeggen, ook in de zorg. Dat is uitstekend. Er zijn al veel relevante voorbeelden, zoals ShareCare.nl, Eigenkrachtcentrales, Helpjemee.nl, Zorgvoorelkaar.com en de app Caren. Toch is het voor veel zorgondernemers en woningcorporaties nog lang geen vanzelfsprekendheid om de ‘gebruiker’ aan het stuur te zetten. Daar is ook nog onvoldoende ervaring mee. Want hoe kun je jezelf als organisatie volledig ten dienste stellen van je doelgroep, als die doelgroep níet zelf de budgethouder is en níet wettelijk aanspreekbaar is op de geleverde kwaliteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid? Het is belangrijk dat we met elkaar  in 2012 nieuwe inzichten ontwikkelen om, binnen de grote kaders, de regie bij de ‘burger’ te krijgen.

3. Meer nieuwe partijen. Hoogste tijd ook om met andere, private partijen samen te werken. De uitdagingen voor de ouderenzorg zijn immers zó groot: daar hebben zorgondernemers, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en gemeenten ook anderen bij nodig. Denk aan het midden- en kleinbedrijf, pensioenfondsen, banken, verzekeraars en beleggers. Stuk voor stuk partijen die een onderscheidende kracht hebben en misschien zelfs veel gerichter ouderen kunnen activeren en ondersteunen!

4. Wat ga jíj doen, woningcorporatie? De crisis plaatst woningcorporaties voor de kernvraag: wat doen we wél en wat doen we niet? Met een sterk vergrijsd huurdersbestand en een wettelijke opgave voor ‘wonen en zorg’ lijkt een actieve rol van woningcorporaties voor ouderen niet te vermijden. Maar wát precies, met welke reikwijdte en welke investeringen? Opplussen Nieuwe Stijl, investeringen in zorgvastgoed en het activeren van oudere burgers zijn goede opties. Ik verwacht dat in 2012 veel corporaties hun strategie voor de vergrijzing zullen vaststellen.

5. Scheiden wonen-zorg: met of zonder betekenis? Vanaf 2014 moet de scheiding van wonen en zorg worden doorgevoerd, in elk geval voor de laagste ZZP’s. Maar: er woont slechts een beperkt aantal mensen (en steeds minder!) met een beperkte zorgvraag in een intramurale setting. Dan zou een scheiding van wonen en zorg feitelijk niet veel betekenen. Of kiest de landelijke overheid voor een betekenisvolle scheiding, waarbij de cliënt ook voor hogere ZZP’s telkens kan kiezen voor een aparte zorgaanbieder en een aparte huisvester? Waarbij ‘koppelverkoop’ niet wordt toegestaan? Ik waag te betwijfelen dat het zo zal gaan, maar 2012 zal zeker meer helderheid geven!

Mis ik belangrijke ontwikkelingen? Zie jij het anders? Discussieer mee en laat je reactie achter!


Lid van de Orde van organisatiedeskundigen en -adviseurs

7 november 2011

Sinds 1 november 2011 heb ik het lidmaatschap verkregen van de Orde van organisatiedeskundigen en -adviseurs, de Ooa. Met mijn lidmaatschap van deze oudste beroepsvereniging van adviseurs ter wereld, verklaar ik de gedragscode en het tuchtrecht van de Ooa op mijn werk van toepassing. Deze gedragscode stuurt en toetst mijn professionaliteit vanuit vijf uitgangspunten:

  1. (des)kundigheid: ik zet voor mijn opdrachten de nodige kennis, ervaring, persoonlijke eigenschappen, vaardigheden en tijd in. Ik verricht mijn diensten naar wetenschappelijke maatstaven en span mij regelmatig in om mijn kennis en (des)kundigheid op peil te houden;
  2. betrouwbaarheid: de opdrachtgever kan erop vertrouwen dat ik mijn afspraken of toezeggingen nakom of waarmaak. Hierbij neem ik ook geheimhouding in acht met betrekking tot vertrouwelijke en/of concurrentiegevoelige (bedrijfs)informatie die mij in het kader van opdrachten ter kennis komt;
  3. zorgvuldigheid: ik houd rekening met de wensen, verwachtingen, rechten en belangen van alle betrokkenen, voor zover in alle redelijkheid mogelijk is;
  4. professionale onafhankelijkheid: ik houd zo veel afstand tot mijn opdrachten en opdrachtgevers en hun organisaties dat ik mijn (des)kundigheid onbelemmerd en naar beste kunnen en weten kan en zal aanwenden;
  5. collegialiteit: ik onderhoud goede professionele contacten met collega’s, maak mij niet schuldig aan oneerlijke concurrentie en doe publiekelijk geen negatieve uitlatingen over andere leden.
Door het verkrijgen van het lidmaatschap geef ik blijk aan de volgende lidmaatschapscriteria te voldoen:
  • beoefen het beroep van organisatieprofessional als hoofdfunctie;
  • lever een bijdrage aan het functioneren van organisaties vanuit algemene basiskennis op het gebied van organisatie- en veranderkunde en een of meer specifieke deskundigheidsgebieden, die met name gericht zijn op het ondersteunen van veranderingsprocessen in de organisatie van de klant;
  • beschik over een academisch werk- en denkniveau;
  • beschik over aanvullende kennis en ervaring op organisatiekundig/veranderkundig gebied;
  • hanteer de ‘Body of Knowledge and Skills‘ van de Ooa als richtlijn voor handelen in opdrachten en klantrelaties;
  • kan en wil reflecteren op de eigen beroepsuitoefening;
  • span me in voor de permanente ontwikkeling van de eigen professionaliteit en die van het vak.
In deze brochure leest u meer: Ooa: een kwaliteitskeurmerk voor opdrachtgevers. Op basis van toetsbare en controleerbare professionaliteits- en kwaliteitsaspecten onderscheid ik mij als Ooa-lid van de niet-georganiseerde adviseur.

Drie gouden tips voor samenwerking

21 oktober 2011

‘Doe het bewust, dus verdiep je goed in met wie en hoe je gaat samenwerken en denk er goed over na. Maak je eigen doelen helder: wat wil je bereiken met de samenwerking. En bespreek de verschillende belangen met elkaar: waarom werken we samen, wat is jouw belang en welke collectieve, organisatorische en persoonlijke belangen staan er allemaal op het spel?‘ Deze tips sprak ik uit vanuit mijn rol bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg tijdens het ‘diner pensant’ van de BNA op 13 september jl. Het verslag is nu beschikbaar.


Meer zelfstandig wonende ouderen in woonservicegebieden

13 oktober 2011

Woonservicegebieden huisvesten relatief veel zelfstandig wonende ouderen en mensen met een beperking. Ook vestigen zich hier meer ouderen en mensen met een beperking dan elders in Nederland. Mensen in woonservicegebieden voelen zich ook minder gezond, los van de leeftijd. Professionals oordelen in sterke mate positief over resultaten en toekomst van woonservicegebieden. Dit blijkt uit onderzoek door RIGO Research en Advies uit Amsterdam, waaraan ik hem meegewerkt.

Het doel van woonservicegebieden is om ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig te laten wonen. In het onderzoek zijn de bewoners van dertig woonservicegebieden vergeleken met de inwoners in de rest van Nederland. De bewoners van de woonservicegebieden wijken op een aantal kenmerken af. Ze zijn ouder en hebben, ook in de categorie 65-minners, meer dan gemiddeld last van een langdurige ziekte of handicap. Ook de mensen die recent naar een woonservicegebied verhuisden vertonen deze kenmerken vaker dan gemiddeld. De gebieden lijken daarmee in een behoefte te voorzien. De uitkomsten zijn een indicatie dat woonservicegebieden ouderen en mensen met beperkingen in staat stellen om langer zelfstandig te blijven wonen dan elders.

Een opvallende uitkomst is dat de bewoners van woonservicegebieden minder vaak mantelzorg bij huishoudelijke hulp ontvangen. Het is de vraag wat hiervan de achterliggende oorzaak is: trekken vooral mensen zonder mantelzorgers naar woonservicegebieden of ontvangen bewoners van woonservicegebieden minder mantelzorg omdat er voldoende professionele hulp aanwezig is?

Verder blijkt dat bewoners jonger dan 65 jaar gemiddeld minder actief participeren in de samenleving dan hun leeftijdgenoten elders in Nederland. Voor 65-plussers geldt dat de participatiegraad ongeveer gelijk ligt in woonservicegebieden en de rest van Nederland. Bewoners van woonservicegebieden zijn tevredener over het winkelaanbod maar het gemiddelde oordeel over de leefbaarheid is in woonservicegebieden lager dan het landelijk gemiddelde. Woonservicegebieden hebben naar verhouding veel huurwoningen en relatief veel woningen zijn doelgroepgericht, zoals verzorgd wonen.

Aanvullend onderzoek onder professionals in 37 woonservicegebieden leert dat de meeste inspanning in deze gebieden is gericht op ontmoeting, informatie en advies, activiteiten en de nieuwbouw van woningen. De minste aandacht gaat uit naar het aanpassen van bestaande woningen en het verbeteren van de woonomgeving en de veiligheid. De betrokkenheid van ondernemers kan ook versterkt worden, net zoals de borging van de resultaten. Per saldo oordeelt zo’n 70% van de respondenten positief over het behaalde rendement, de toegankelijkheid en kwaliteit van het aanbod van voorzieningen in woonservicegebieden. Tweederde van de respondenten denkt dat mensen in woonservicegebieden langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Meer dan 75% van de respondenten vindt woonservicegebieden een duurzaam concept.


Wijkzuster nieuwe kansen? Dan welzijn en preventie ook.

10 oktober 2011

Recent onderzoek van bureau BMC heeft aangetoond dat de inzet van de wijkzuster tot forse besparingen kan leiden. Dat is heel mooi en biedt perspectief voor welzijn en preventie. Juist omdat ik begrijp dat het ministerie van VWS de conclusies serieus neemt en zoekt naar mogelijkheden tot bredere inzet van de wijkzuster in heel Nederland.

Het onderzoek is een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA) over de inzet van de wijkzuster in West-Brabant. Tien wijkzusters (in totaal 2,75 fte) worden ingezet. Zij kosten per jaar €210.000. De eenmalige projectkosten bedragen €220.000. Berekend is dat instellingen door de inzet €345.000 besparen. Bovendien wordt in deze MKBA ook de verbeterde kwaliteit van leven gemonetariseerd ter waarde van  €110.000 per jaar. Jaarlijks wordt op deze wijze €245.000 bespaard. (NB: de besparingen zijn alleen berekend, en niet daadwerkelijk gerealiseerd. UPDATE op 31.10.11: het onderzoek laat niet zien hoe de interventie van deze wijkzuster zich verhoudt ten opzichte van de reguliere thuiszorg. Terwijl de reguliere thuiszorg ook al heel veel van deze taken doet. Daarmee kunnen de resultaten van dit onderzoek in werkelijkheid wel eens heel anders zijn!)

De verbeterde kwaliteit van leven is vooral mentaal en maatschappelijk van aard, doordat de wijkzuster laagdrempelig en breed werkt, extra tijd en aandacht heeft, snel kan reageren en motiverend werkt. De besparingen bij zorgaanbieders worden vooral gerealiseerd doordat andere en/of vroegtijdig zorg wordt geleverd. Wijkzusters hebben meer aandacht voor preventie, spreken de taal van indicatiestellers, kunnen zorgverleners motiveren, hebben een brede blik en kunnen zelf ook zorg verlenen.

Het is vooral de ambtelijke reactie die interessant is. Immers, ik heb de overtuiging (en ik vermoed met mij velen) dat deskundigheid, extra tijd, aandacht, een brede blik met aandacht voor preventie en het spreken van de juiste taal ‘als vanzelf’ tot resultaat leiden. Daar is dergelijk onderzoek niet voor nodig, bovendien is dit niet de eerste MKBA die dergelijke winst uitrekent. U kent de uitdrukking vast wel: ‘een dubbeltje welzijn voorkomt een euro aan zorg’.  Maar: als VWS daadwerkelijk gaat handelen op basis van dit onderzoek dan:

  • biedt dit perspectief op alle interventies die mentale en maatschappelijke effecten opleveren. De kwaliteit van leven mag dan (eindelijk!) gemonetariseerd worden én daadwerkelijk van invloed zijn op beleidskeuzes
  • biedt dit perspectief voor alle andere initiatieven die positieve maatschappelijke kosten-baten-analyses kunnen aantonen. Ik denk hierbij vooral aan welzijn- en preventie-activiteiten. Alle bestaande positieve MKBA’s mogen dus uit de kast! (Anders help ik er graag één voor u maken).

Of zal het zo’n vaart niet lopen?


Samenwerken: juist nu (maar dan wel professioneel)

14 september 2011

Gisteren mocht ik vanuit mijn rol als adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg een bijdrage leveren aan het Diner Pensant van de Bond van Nederlandse Architecten over ‘anders, samen en toekomstbestendig leven’. Mijn stelling: juist nú is het tijd voor samenwerking, maar dan wél professioneel.

“Er moet heel veel in de samenleving gebeuren, maar de collectieve middelen worden minder. Daarom is samenwerking tussen organisaties zo belangrijk. Als we gebruik maken van kennis en ervaring rond samenwerking en de deze daarmee professioneel vormgeven, kunnen we het voorzieningenniveau in onze samenleving op peil houden en versterken.

  1.  Het zijn indringende tijden: er is budgettaire druk op gemeenten, op woningcorporaties, op welzijnsorganisaties en op zorgaanbieders. Het voorzieningenniveau staat onder druk. Dat wordt de komende periode niet beter.
  2. De uitdagingen in de samenleving zijn er niet minder op: er komen meer kwetsbare ouderen en mensen met een beperking met veranderende wensen en behoeften. Mensen krijgen meer eigen verantwoordelijkheid; van hen wordt verwacht dat ze meer zélf doen.
  3. Het is mijn ervaring en overtuiging dat je sámen meer kunt doen: gebruik maken van elkaars netwerk, expertise, mensen en middelen.
  4. Juist in deze tijden hebben we elkaar dus nodig en moeten we de samenwerking zoeken en versterken. Ook al is de verleiding voor organisaties groot om zich op zichzelf terug te trekken.
  5. Samenwerking tussen organisaties is echter geen vanzelfsprekendheid: deze mislukt vaak of is zeer inefficiënt of ineffectief.
  6. Daarom, zo is mijn oproep, moeten we gebruik maken van onderzoek, kennis en ervaring van het afgelopen decennium rond samenwerking in wonen, zorg en welzijn.
  7. Een paar elementen uit die ‘body of knowledge’: doe het bewust (= besteed tijd aan samenwerken, denk er over na, doe het er ‘niet bij’), maak de eigen doelen helder (= wat wilt u bereiken met de samenwerking) en bespreek de belangen van alle deelnemers (collectief, organisatorisch en individueel).
  8. Als organisaties deze handschoen oppakken, en de samenwerking met hun partners bewust en professioneel vormgeven, dan kunnen we de maatschappelijke uitdagingen met elkaar prima aan.

Kortom: veel organisaties staan onder druk en zien tegelijkertijd dat er steeds meer nodig is in de samenleving. Als we de samenwerking met andere partijen serieus nemen en professioneel oppakken met de kennis en ervaring die voorhanden zijn, dan zijn er tóch goede perspectieven.”


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 212 other followers