Het is vijf voor twaalf. De vergrijzing zwelt aan terwijl de crisis van banken, bouw, woningmarkt en euro de grenzen van onze collectieve verantwoordelijkheid steeds nadrukkelijker toont. Daarom presenteer ik hier een overzicht van de vijf belangrijkste ontwikkelingen voor 2012. Lees de rest van dit artikel »
Besparing is deels ‘makkelijk praten’ door de Herbergier
16 juli 2011
Zojuist in Nieuwsuur: volgens Hans van Putten kan de langdurige zorg € 500 miljoen op jaarbasis goedkoper. Hij toont met zijn Thomashuizen en de Herbergier aan dat door veel aandacht aan mensen te besteden, er minder ‘medicalisering’ plaatsvindt. Waardoor bewoners minder kosten maken voor medische behandeling. Als de werkwijze van de Herbergier in de hele sector van Verpleging en Verzorging (V&V) plaatsvindt, zou het genoemde bedrag bespaard kunnen worden. Klinkt mooi, toch?
Het concept van de Herbergier spreekt mij aan, zoals ik eerder meldde. Maar voor een vergelijking met of ‘extrapolatie’ naar andere delen van de V&V-sector moet wél zorgvuldig gekeken worden. De Herbergier biedt op dit moment op 18 locaties aan circa 15 mensen per locatie zorg en huisvesting: in totaal aan 270 mensen. In de totale sector van verpleging en verzorging verblijven zo’n 160.000 (!) mensen bij organisaties waar per locatie vaak meer dan 100 mensen wonen. Ja, het zou héél mooi zijn als al die mensen zo kleinschalig en in mooie panden persoonlijk verzorgd konden worden. Maar daar stellen wij als samenleving via de overheid helaas geen gebouwen, locaties en middelen voor beschikbaar: het gros van de V&V-sector zit ‘vast’ aan gebouwen die ooit modern, maar tegenwoordig minder aantrekkelijk zijn; er is geen geld beschikbaar om dit vastgoed op grote schaal en snel te vervangen door veel kleinschaliger, mooier en lokaler bezit. De Herbergier kan de voorgestelde besparing vanuit een nieuw concept (dat bovendien voor de helft gericht is op mensen met een ruime portemonnee) dus veel makkelijker realiseren. En zou wat dat betreft de eigen ‘conclusies’ met wat meer begrip voor situatie van het overgrote deel van de V&V-sector mogen brengen.
Toekomstvaste keuzes in de ouderenzorg; gaat VWS die dan toch maken?
28 januari 2011Als samenleving moeten we keuzes maken: zo snel en duidelijk mogelijk. Keuzes die aangeven waar we nu en in de toekomst op kunnen rekenen als het gaat om collectief gefinancierde ondersteuning bij wonen, zorg en diensten voor ouderen. Zodat we ook weten waar we zélf voor moeten zorgen. En iedereen zich daar op kan voorbereiden in spaarvormen, verzekeringen, communities en zorgruil. Hoe kijkt onze staatssecretaris hier tegenaan?
Na de minister van VWS (eergisteren), heeft vandaag staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyliner haar toekomstplannen bekend gemaakt met het motto’ Vertrouwen in de zorg’ . Zoals dat gaat: eerst is er een Regeer- en Gedoogakkoord met de grote lijnen, nu volgt een uitwerking van de grote lijnen en pas later komen concrete beleidsplannen. Waar gaan we heen? Ik haal er de belangrijkste zaken voor de ouderenzorg uit.
Algemeen
VWS wil de langdurige zorg op orde krijgen. Dat is een mooie ambitie. De kwaliteit van zorg moet beter, we moeten de eigen kracht van burgers meer benutten en een vangnet bieden voor mensen die het nodig hebben. Meerdere keren komt de ‘eigen kracht van mensen en hun netwerk’ aan bod. Ook wil VWS de grenzen aan gaan geven wat wij als samenleving collectief betalen. Er moet een kanteling komen die we nog niet gewend zijn.
Samenvatting
- De organisatie van de zorg moet anders, met andere keuzes tussen collectief en privaat gefinancierde zorgfuncties. Voorjaar 2011 komt hier een brief ‘vernieuwingsprogramma langdurige zorg’ voor. In totaal is € 860 miljoen op jaarbasis beschikbaar. Ook voor de scheiding wonen-zorg en de overheveling van zorgkantoren naar zorgverzekeraars
- Zorgvernieuwing: hier bouwt VWS op bestaande programma’s: ‘Zorg voor Beter‘, ‘ Werken aan de Zorg‘, ‘Beter in Meedoen‘ en het ‘Nationaal Programma Ouderenzorg‘. Ook ‘In voor Zorg‘ zal een belangrijke rol hebben bij het verspreiden van kennis en stimuleren van innovatie
- Kwaliteit: er komen één kwaliteitsnormenset en een nieuw Kwaliteitsinstituut. De Inspectie gaat werken volgens ‘high trust, high penalty’
- Eigen kracht: de pgb’s worden eerst solide en betaalbaar gemaakt en daarna wettelijk verankerd. En de gemeenten hebben volgens VWS met de overheveling van begeleiding en dagopvang een instrument om samen met mensen en hun netwerk oplossingen te vinden vanuit eigen kracht
- Misbruik: in april 2011 komt VWS met plannen om de bescherming en ondersteuning van slachtoffers te verbeteren. Ook komt er een actieplan ‘Stop Ouderenmishandeling’. Ook worden er keuzes gemaakt over een meldcode en/of meldplicht rond mishandeling
- Waardering van medewerkers: er komt een experiment regelarme zorginstellingen, waarbij de bewijslast wordt omgedraaid. Niet de aanbieder moet aantonen dat een regel tot onnodige bureaucratie leidt, maar de regelgevende instanties moeten aantonen dat de regels noodzakelijk zijn. Voorjaar 2011 komt er ook een brief rond opleiding en scholing van medewerkers
- Dialoog professional en cliënt: in déze dialoog wordt kwaliteit van zorg gemaakt. In de Beginselenwet Zorginstellingen krijgt deze dialoog een wettelijke basis. Ook de nieuwe Wet cliëntenrecht zorg is belangrijk voor een betere positie van de cliënt
- Gemeenten gaan zorgen voor makkelijk contact: gemeenten moeten de poortwachter worden voor de ondersteuning die mensen nodig hebben. Daarom wordt de functie begeleiding uit de AWBZ overgeheveld naar gemeenten.
- Menselijke maat en binnen handbereik: om ervoor te zorgen dat de wensen van mensen en eigen kracht centraal staan, bouwt VWS op de programma’s ‘De Kanteling‘ en ‘Welzijn Nieuwe Stijl‘ voor gemeenten en welzijnsorganisaties. Voorjaar 2011 komt er ook een VWS-visie over cliëntondersteuning. Ook komt er een rapport rond eenzaamheidsbestrijding.
Reflectie
Ik vind het mooi dat de eigen kracht zo vaak genoemd wordt, dat VWS in lijkt te zien dat er écht iets groots moet gebeuren om de zorg toekomstvast te houden. Ik ben zeer benieuwd naar de keuzes collectief/privaat; dat is de Million Dollar Question. En het is duidelijk dat gemeenten nu toch écht ‘aan de bak’ moeten. Met verdergaande vernieuwing binnen zorg en welzijn. Er is nog een flinke slag te maken, maar misschien komt er tóch deze kabinetsperiode de helderheid die wij als samenleving zo nodig hebben.
Het jaar 2011: kanteljaar voor eigen kracht
21 december 2010
2011 wordt een belangrijk jaar voor de ouderenzorg. Er moet fors bezuinigd worden in de zorg; de nieuwe staatssecretaris komt in januari met haar plannen. Gemeenten gaan een tweede fase in met de WMO: minder aanbesteden en meer eigen beleid volgens de ‘ware’ WMO-gedachte: zelfredzaamheid en participatie van de burger bevorderen. In die uitwerking zien gemeenten zich natuurlijk gesteund door de bezuinigingen die de zij moeten doorvoeren. Tegelijkertijd hebben andere maatschappelijke partners, zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorgondernemers ook minder mogelijkheden om sociale investeringen in wijken en buurten te doen. Dat zal het voor alle bestaande partijen een lastig jaar maken.
Maar hopelijk zal 2011 ook een kantelpunt zijn: van afhankelijkheid naar autonomie. Waarbij partijen zich écht gaan realiseren dat goede oplossingen voor kwetsbare burgers alleen door slimme samenwerking mogelijk worden. En een jaar waarbij burgers, cliënten en bewoners daadwerkelijk centraal komen te staan. Meer dan ooit zullen ze zélf verantwoordelijkheid en regie moeten nemen. Hooguit gefaciliteerd door overheid en maatschappelijke partners. Waar de initiatieven van de Eigen Krachtcentrale, De Nieuwe Oude Dag, Zorg in Eigen Hand en Sharecare nu al uiting aan geven.
En dat is dan meteen het goede: er borrelt iets onder de oppervlakte. Met een beetje geluk komt dat naar boven in 2011. En dringt bij politiek, beleid en samenleving het besef door dat we veel sterker moeten sturen op de eigen kracht van mensen. Waarmee het perspectief voor iedereen er beter op wordt. Voor de nabije en iets verderetoekomst.
De beste wensen voor 2011!
Persbericht: Adviseurs van Twynstra Gudde lanceren boek Essenties voor samenwerking in wonen en zorg
30 januari 2010Het duurt te lang, het kost te veel, we begrijpen elkaar niet goed. Dit zijn veelgehoorde klachten tijdens de samenwerking tussen zorgaanbieders en vastgoedpartijen. Dat is niet alleen jammer, maar ook ernstig. Steeds meer mensen hebben aangepaste huisvesting nodig vanwege hun zorg- en ondersteuningsbehoefte. Om aan deze wensen te voldoen is het van belang dat vastgoed- en zorgondernemingen goed met elkaar samenwerken.
Het samenbrengen van deze twee totaal verschillende werelden vereist de nodige kennis. In 'Essenties voor samenwerking in wonen en zorg' ontrafelen auteurs Van den Beld en Van Zalk, senior adviseurs bij Twynstra Gudde, de complexiteit van deze twee vakgebieden. Ze geven ook inzicht in samenwerkingsproblemen en bieden instrumenten om samenwerking integraal te verkennen, vorm te geven en te verbeteren.
'Essenties voor samenwerking in wonen en zorg' is een aanrader voor toezichthouders, bestuurders en managers uit de vastgoed- en de zorgsector. Met het voorwoord geschreven door Aad Koster en Hendrien Witte, directeuren van respectievelijk ActiZ organisatie van zorgondernemers en Aedes vereniging van woningcorporaties. Het is voor het eerst dat in één boek wonen en zorg worden beschreven vanuit de perspectieven vastgoed en zorg.
De lancering van het boek wordt door Twynstra Gudde in maart gevierd met een drietal inspirerende bijeenkomsten voor toezichthouders, bestuurders en managers uit de vastgoed- en zorgsector. Op de website van Twynstra Gudde is meer informatie te vinden over deze bijeenkomsten.
Inspirerende middagen over samenwerking in wonen en zorg
20 januari 2010
Samenwerking tussen zorgaanbieders en woningcorporaties is noodzakelijk, maar niet vanzelfsprekend. Wij nodigen u uit om één van de drie bijeenkomsten bij te wonen voor en met woningcorporaties en zorgaanbieders. Tijdens de bijeenkomsten krijgt u op een informele, persoonlijke en actieve wijze de gelegenheid om uw eigen vragen, kansen en problemen te delen. Om samen met ons en de andere gasten tot nieuwe inzichten te komen. De samenwerkingsinzichten en -instrumenten uit het boek Essenties voor samenwerking in wonen en zorg, het nieuwe 'kijkglas voor samenwerking' en de speelfilm 'Het boekje van Ellen' vormen de rode draad voor het programma. Kijk hier voor meer informatie en aanmelding.
Toekomst voor de thuiszorg: pakketkeuzes en activeren private middelen
18 juni 2009Uiteindelijk maak ik geen gebruik van de uitnodiging om als werkvelddeskundige mijn ervaringen te delen in een hoorzitting van de Tweede Kamer over de toekomst van de thuiszorg, waarover ik eerder berichtte. Ik heb natuurlijk wél een mening, die ik hier graag deel. Wat vindt u?
Een aantrekkelijke toekomst voor de thuiszorg is mogelijk. Als de politiek structurele keuzes maakt ontstaat langjarige helderheid voor iedereen. Daarmee komt goede zorg beschikbaar voor de laagste inkomens- en vermogensgroepen, worden voor alle overige groepen private middelen geactiveerd die nu nog onbenut blijven, wordt het collectieve lastenniveau beperkt en komt er verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de zorg. Dit is kortgezegd mijn visie voor de toekomst van de thuiszorg. Iets uitgebreider leest die als volgt:
1. Wijzigingen en een nieuw evenwicht kosten tijd en geld
De thuiszorg bevindt zich in een overgangsfase: van relatief zekere aanbodsturing naar onzekere vraagsturing met een sterke druk op prijzen, verhoogde risicos en regeldruk, meer concurrentie en meer aandacht voor kwaliteit. Elke systeemwijziging vraagt tijd en geld en levert verliezers en winnaars op.
2. Ook met de vergrijzing zijn er voldoende middelen voor kwaliteit
De vergrijzing stelt in de toekomst nog meer grenzen aan de middelen die de overheid beschikbaar heeft voor preventie, welzijn, diensten en zorg. Gelukkig is ons land welvarend genoeg om maatschappelijke zorg- en dienstverlening van voldoende omvang en kwaliteit te leveren. Er is een omvangrijk, nog ongebruikt, reservoir van middelen dat nu voor andere doeleinden wordt gebruikt, zoals voor huisvesting, mobiliteit en ontspanning. De uitdaging is daarom: hoe activeren we deze private middelen voor de zorg?
3. Steeds meer verschraling en tweedeling
Door het uitblijven van structurele keuzes voor de toekomst is het moeilijk om doelgericht te werken aan verbetering van keuze, toegankelijkheid, prijs en kwaliteit van de thuiszorg. Daardoor ontstaan ongewenste effecten: de zorg wordt schraler en welgestelden kunnen hun zorg steeds beter privaat inkopen terwijl het grootste deel van onze inwoners straks uitsluitend kan rekenen op armoedige publieke zorg.
4. Het alternatief: collectief voor wie nodig, privaat voor wie mogelijk
Spoedige structurele keuzes leveren een wenkend perspectief op. In dit beeld vergoedt de overheid de kosten van goede welzijnsdiensten en zorg aan mensen met weinig inkomen en vermogen. Alle inwoners die het financieel beter hebben, regelen dit zelfstandig: door sparen, verzekeren en/of het gebruik van eigen vermogen. Het effect hiervan is: mensen aan de onderkant van de samenleving hebben zonder meer recht op goede zorg waar niet telkens op bezuinigd wordt. Daarnaast is de grote middengroep van onze samenleving niet langer afhankelijk van een collectief systeem dat steeds minder te bieden heeft; deze groep kan nu zélf bepalen hoeveel en welke kwaliteit van zorg aan hem of haar geleverd wordt.
5. Een nieuwe toekomst is gebaseerd op drie elementen
De centrale keuzes die in mijn visie gemaakt zouden moeten worden, betekenen een paradigmawisseling en gaan over:
- de doelgroep: welke inkomens- en vermogenseisen gelden voor welke ondersteuningsvragen? Met deze keuze realiseert u een aanzienlijke beperking in vergelijking met de (kosten van de) huidige brede toegang;
- de duur van een ingroeitermijn: het is noodzakelijk, vergelijkbaar met wijzigingen van de AOW-leeftijd, om mensen ruim de tijd te geven maatregelen te treffen voor het nieuwe systeem;
- automatische indexering aan ons welvaartsniveau: het is nodig om de toegang en omvang van overheidsdekking robuust vorm te geven, zodat private partijen voldoende zekerheid hebben om investeringen te doen die over lange termijn kunnen worden terugverdiend.
6. Nieuwe producten en diensten als aanvulling op overheidsverstrekkingen
Met duidelijkheid over de toekomstige overheidsverstrekkingen kunnen organisaties producten en diensten ontwikkelen voor alle mensen die in de nieuwe toekomst geen aanspraak kunnen maken op deze collectieve middelen. Dit is vergelijkbaar met verzekeringen en spaarproducten voor studiefinanciering, arbeidsongeschiktheid en uitvaartverzorging.
7. Een aantrekkelijk perspectief voor iedereen
De voorgestelde keuzes zijn goed voor iedereen: de overheid beperkt de collectieve uitgaven voor welzijn en zorg, de kwaliteit van zorg neemt toe en de inzet van zorgondernemers kan zich versterkt richten op de wensen van burgers. Omdat er geen beperkingen meer zijn voor de totaaluitgaven aan de zorg, kan aan zorgmedewerkers een beter beroepsperspectief gegeven worden. Naar mijn idee is het daarom belangrijk de benodigde keuzes niet langer uit te stellen.

Geplaatst door Hugo van den Beld 