Toekomst voor de thuiszorg: pakketkeuzes en activeren private middelen

18 juni 2009

Uiteindelijk maak ik geen gebruik van de uitnodiging om als werkvelddeskundige mijn ervaringen te delen in een hoorzitting van de Tweede Kamer over de toekomst van de thuiszorg, waarover ik eerder berichtte. Ik heb natuurlijk wél een mening, die ik hier graag deel. Wat vindt u?

Thuiszorg Een aantrekkelijke toekomst voor de thuiszorg is mogelijk. Als de politiek structurele keuzes maakt ontstaat langjarige helderheid voor iedereen. Daarmee komt goede zorg beschikbaar voor de laagste inkomens- en vermogensgroepen, worden voor alle overige groepen private middelen geactiveerd die nu nog onbenut blijven, wordt het collectieve lastenniveau beperkt en komt er verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de zorg. Dit is kortgezegd mijn visie voor de toekomst van de thuiszorg. Iets uitgebreider leest die als volgt:

1. Wijzigingen en een nieuw evenwicht kosten tijd en geld
De thuiszorg bevindt zich in een overgangsfase: van relatief ‘zekere’ aanbodsturing naar ‘onzekere’ vraagsturing met een sterke druk op prijzen, verhoogde risico’s en regeldruk, meer concurrentie en meer aandacht voor kwaliteit. Elke systeemwijziging vraagt tijd en geld en levert ‘verliezers’ en ‘winnaars’ op.

2. Ook met de vergrijzing zijn er voldoende middelen voor kwaliteit
De vergrijzing stelt in de toekomst nog meer grenzen aan de middelen die de overheid beschikbaar heeft voor preventie, welzijn, diensten en zorg. Gelukkig is ons land welvarend genoeg om maatschappelijke zorg- en dienstverlening van voldoende omvang en kwaliteit te leveren. Er is een omvangrijk, nog ongebruikt, reservoir van middelen dat nu voor andere doeleinden wordt gebruikt, zoals voor huisvesting, mobiliteit en ontspanning. De uitdaging is daarom: hoe activeren we deze private middelen voor de zorg?

3. Steeds meer verschraling en tweedeling
Door het uitblijven van structurele keuzes voor de toekomst is het moeilijk om doelgericht te werken aan verbetering van keuze, toegankelijkheid, prijs en kwaliteit van de thuiszorg. Daardoor ontstaan ongewenste effecten: de zorg wordt schraler en welgestelden kunnen hun zorg steeds beter privaat inkopen terwijl het grootste deel van onze inwoners straks uitsluitend kan rekenen op armoedige publieke zorg.

4. Het alternatief: collectief voor wie nodig, privaat voor wie mogelijk
Spoedige structurele keuzes leveren een wenkend perspectief op. In dit beeld vergoedt de overheid de kosten van goede welzijnsdiensten en zorg aan mensen met weinig inkomen en vermogen. Alle inwoners die het financieel beter hebben, regelen dit zelfstandig: door sparen, verzekeren en/of het gebruik van eigen vermogen. Het effect hiervan is: mensen aan de onderkant van de samenleving hebben zonder meer recht op goede zorg waar niet telkens op bezuinigd wordt. Daarnaast is de grote middengroep van onze samenleving niet langer afhankelijk van een collectief systeem dat steeds minder te bieden heeft; deze groep kan nu zélf bepalen hoeveel en welke kwaliteit van zorg aan hem of haar geleverd wordt.

5. Een nieuwe toekomst is gebaseerd op drie elementen
De centrale keuzes die in mijn visie gemaakt zouden moeten worden, betekenen een paradigmawisseling en gaan over:

  • de doelgroep: welke inkomens- en vermogenseisen gelden voor welke ondersteuningsvragen? Met deze keuze realiseert u een aanzienlijke beperking in vergelijking met de (kosten van de) huidige brede toegang;
  • de duur van een ingroeitermijn: het is noodzakelijk, vergelijkbaar met wijzigingen van de AOW-leeftijd, om mensen ruim de tijd te geven maatregelen te treffen voor het nieuwe systeem;
  • automatische indexering aan ons welvaartsniveau: het is nodig om de toegang en omvang van overheidsdekking robuust vorm te geven, zodat private partijen voldoende zekerheid hebben om investeringen te doen die over lange termijn kunnen worden terugverdiend.

6. Nieuwe producten en diensten als aanvulling op overheidsverstrekkingen
Met duidelijkheid over de toekomstige overheidsverstrekkingen kunnen organisaties producten en diensten ontwikkelen voor alle mensen die in de nieuwe toekomst geen aanspraak kunnen maken op deze collectieve middelen. Dit is vergelijkbaar met verzekeringen en spaarproducten voor studiefinanciering, arbeidsongeschiktheid en uitvaartverzorging.

7. Een aantrekkelijk perspectief voor iedereen
De voorgestelde keuzes zijn goed voor iedereen: de overheid beperkt de collectieve uitgaven voor welzijn en zorg, de kwaliteit van zorg neemt toe en de inzet van zorgondernemers kan zich versterkt richten op de wensen van burgers. Omdat er geen beperkingen meer zijn voor de totaaluitgaven aan de zorg, kan aan zorgmedewerkers een beter beroepsperspectief gegeven worden. Naar mijn idee is het daarom belangrijk de benodigde keuzes niet langer uit te stellen.


Eervol: uitnodiging Tweede Kamercommissie – toekomst van de thuiszorg

10 mei 2009

Tweede Kamer Onaangekondigd ontving ik dezer dagen een uitnodiging van de 'Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport'. Ik ben gevraagd om op vrijdag 19 juni 2009 als 'werkvelddeskundige' deel te nemen aan een openbare, interactieve bijeenkomst over het toekomstige beleid voor de thuiszorg.

Het doel van de hoorzitting is om "naar aanleiding van ‘de casus Meavita’ lessen te leren voor het toekomstige beleid ten aanzien van de thuiszorg. De gedachte is de gang van zaken en de actuele situatie m.b.t. Meavita te gebruiken als vertrekpunt voor een bredere inventarisatie van ontwikkelingen in
de thuiszorg. Ook de invloed die beleids- en stelselwijzigingen hebben gehad en de rol van de politiek daarbij, zullen onderwerp van gesprek zijn."

Er zijn op 2 dagen 6 bijeenkomsten gepland. Aan 'mijn' bijeenkomst nemen ook deel: prof. J. Schols (Hoogleraar Ouderenbeleid UvT),  prof. R. Huijsman (Hoogleraar integraal zorgmanagement EUR), prof. M. Canoy (Bijzonder hoogleraar concurrentie en regelgeving in de zorg UvT), A. Wijnberg (gezondheidsadvocaat), G. van Pijkeren (gepensioneerd VWS-ambtenaar, specialist AWBZ).

Dat belangrijke, structurele keuzen gemaakt moeten worden voor een toekomstbestendige thuiszorg is voor mij evident. De uitnodiging is daarom voor mij een goede gelegenheid mijn visie nogmaals te ordenen en weer te geven. Hebt u eigen ideeën en suggesties? Laat ze me gerust weten!

PS: te zijner tijd kunt u het debat live volgen via deze link.


Kansen voor ondernemen in de ouderenzorg

15 april 2009

Ringen Vandaag was ik te gast bij het Senior Living Event '09. Deze conferentie was anders dan anders: meer ondernemend, meer kansrijk: uitgaande van de groei- en marktkansen bij een vergrijzende samenleving. Daar houd ik van. Met ook een andersoortig publiek: investeerders, dienstenmakelaars, serviceformulehouders, pensioen- en beleggingsfondsen en: een enkele traditionele zorginstelling. Met sprekers zoals Adjiedj Bakas, Iris van Bennekom en Freek Lapré een interessant gezelschap.

Welke notities heb ik gemaakt? Ik heb een aantal interessante opties voor de toekomst gehoord:

  • beschouw 'zorg' voortaan als onderdeel van de facilitaire dienst (dit zal de beroepsgroep niet fijn vinden), waardoor je je als organisatie veel meer kunt richten op service met een hoge belevingscomponent. Stel, kortom, het facilitaire proces centraal in je organisatie
  • creëer 'vrijhandelszones' in Nederland, bijvoorbeeld een provincie, waar heel andere wet- en regelgeving kan gelden, als experiment voor innovatie
  • beschouw 'welzijn' als 'recreatiemarkt'
  • vorm 'coalitions of the winning': nieuwe samenwerkingsverbanden voor geheel nieuwe diensten en markten
  • beschouw de huidige crisis als kans. We bevinden ons nú in de gelegenheid waarin alles 'vloeibaar' wordt. Schuivende panelen en onverwachte, nieuwe kansen doen zich voor. Zoek en gebruik die kans!
  • zorgvastgoed is een stabiele, minder conjunctuurgevoelige, belegging voor banken en investeerders. En daarmee beter dan kantoren of winkels
  • en namens VWS gaf mevrouw Van Bennekom aan dat de zorg zich voor vier tot acht jaar in een transitieperiode bevindt, waarin geen grote systeemwijzigingen zullen plaatsvinden. Maar wel: trial and error, zodat daarna duidelijk wordt hoe het wél zal gaan

Wat mij betreft is dit een evenement met potentie. Volgend jaar nóg meer ondernemers en nóg meer ondernemende zorginstellingen. Chapeau!


Mooi: nieuwe impuls kleinschalig wonen

22 januari 2009

VWS logo nieuwe   Staatssecretaris Bussemaker maakte dinsdag bekend dat voor de periode 2009-2011 in totaal € 80 mln beschikbaar wordt gesteld voor kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie. Dat is goed nieuws, want de komende jaren moeten er nog zeker 50.000 plaatsen op die manier gerealiseerd worden. Dat is een heuse opgave.

Ik ben altijd nieuwsgierig waar deze overheidsmiddelen nu precies voor bedoeld zijn. Uit de brief van Bussemaker begrijp ik dat het geld vooral bedoeld is:

  • voor intramurale instellingen
  • voor omvorming óf uitbreiding van capaciteit
  • voor scholing of verandermanagement

€ 2 mln komt beschikbaar voor onderzoek, ondersteuning bij besluitvorming, ict/domotica en advies.

De voorwaarden worden uitgewerkt in een beleidsregel van de NZa. Onderwerpen die dan pas duidelijk zullen worden:

  • zijn de middelen ook bestemd voor de eventuele (structurele) meerkosten van kleinschaligheid in vergelijking tot grootschalige, institutionele opvang?
  • kunnen de middelen ook voor fysieke nieuwbouw/transformatie gebruikt worden?
  • hoe kan uitbreiding bekostigd worden met een regeling die naar duur en omvang beperkt is? Komt er structureel meer capaciteit/budget bij?
  • is er kans op verhoging en verlenging van de regeling – dit lijkt me op voorhand wenselijk, gelet op de maatschappelijke opgave
  • kunnen ook zorgorganisaties die kleinschalig wonen via PGB/WMO en eigen betalingen mogelijk maken, hier een beroep op doen?

Het is hoe dan ook mooi dat er een extra impuls is voor het kleinschalig wonen. Zorginstellingen: bereid u zich er alvast op voor!

Download Brief Bussemaker 80 mln


Gewonnen! Tolliusprijs 2008

18 december 2008

Eerder berichtte ik over een prijsvraag bij Twynstra Gudde, waar ik samen met mijn collega Arun SwamiPersaud aan meedeed. Vandaag de uitslag: gewonnen!

Het juryrapport:

“Met het concept ‘Meer, sneller en beter wonen voor dementerenden’ spelen Twynstra Gudde en The Bridge in op een onafwendbaar maatschappelijk probleem: de vergrijzing van Nederland. Met de vergrijzing neemt ook het aantal dementerenden toe dat niet meer thuis kan blijven wonen en extra zorg nodig heeft. Afgaande op de businesscase zijn de komende 20 jaar bijna 60.000 nieuwe zorgplekken nodig voor deze mensen, iets wat via de reguliere weg waarschijnlijk niet gehaald gaat worden. Het ingediende voorstel wil met een consortium van relevante partijen (…) een format bieden aan gemeenten en zorginstellingen (en verzekeraars en woningcorporaties, HBL), om snel en efficiënt kleinschalige zorgeenheden te bouwen.

Observaties
Het innovativiteitsgehalte van het concept is naar de mening van de jury hoog. Het is een gewaagd concept, welke nog verdere aanscherping nodig heeft, maar waar door de geïntegreerde aanpak en betrokkenheid van partijen, wordt voorzien in een duidelijke marktvraag. De haalbaarheid van het concept hangt sterk samen met het succes van het consortium, maar het feit dat met alle partijen al vergaande gesprekken gevoerd worden, sterkt het vertrouwen van de jury. De financiële onderbouwing van de businesscase is erg uitgebreid en solide. Op het gebied van samenwerking, blinkt dit voorstel uit. Vraag van de jury was of het aanbieden van een format kan leiden tot teveel ‘eenheidsworst’ in de kleinschalige zorgbouw. De bedenker van het vernieuwende concept gaven aan dat de kracht juist zit in de flexibiliteit en het maatwerk tegen relatief lage kosten. De overtuigende, goed voorbereide presentatie droeg sterk bij aan het vertrouwen dat het concept bij de jury opriep.

Eindoordeel
De jury was onder de indruk van het feit dat een sterk commercieel concept gekoppeld is aan een maatschappelijk relevant thema, dat de komende jaren aantoonbaar in belang gaat toenemen. (…) Ook op innovativiteit en samenwerking scoort het concept hoog. De afhankelijkheid van een veelheid aan noodzakelijke samenwerkingspartners brengt enige risico’s met zich mee.”

De jury stond onder leiding van Bert Trienen (oud-topman Texas Instruments), bijgestaan door Roy Heiner (Team Heiner), Erik Roesink (X-flow), Ellen Peper (directeur Twynstra Gudde), Marcel Baas (Hoofd Marketing Twynstra Gudde) en Martijn Meijer (AdviesTalent).

U hoort nog van ons. Waar uiteindelijk dementerenden en hun verwanten van kunnen profiteren.


Met zo’n Manifest winnen we de oorlog niet

12 november 2008

‘Slopen van de sector’, kaalslag’ en ‘verschaling in de zorg’. De kwalificaties over de richting van de ouderenzorg zijn niet mis te verstaan in het Manifest Waardige Zorg. Dit Manifest is op 4 november 2008 door een cliënt, een mantelzorger, een groep zorgbestuurders en wetenschappers aangeboden aan mevrouw Bussemaker, staatssecretaris van het ministerie van VWS.

Het is prijzenswaardig dat de zorgen worden geuit: de kwaliteit van de ouderenzorg gaat geleidelijk en sluipend achteruit als gevolg van besluitvorming die gericht is op kostenbeheersing en kostenreductie. Terwijl zorg juist zo’n belangrijke maatschappelijke rol vervult als samenbindend element.

Ik deel de analyse en zorgen op hoofdlijnen. Maar ik zou mezelf niet zijn als ik niet óók wat kritische kanttekeningen bij dit manifest plaats:

  • om te beginnen met de ‘naam’: een manifest over waardige zorg. Met een dergelijke titel ga je de ‘strijd’ natuurlijk niet winnen. Dit soort jaren-50-termen zijn inhoudelijk wellicht terecht, maar kunnen anno 2008 moderne politici en beleidsmakers níet overtuigen. Een vergelijkbare opmerking kan ik maken over de lengte en layout van het stuk. Ook die zijn volstrekt niet aantrekkelijk en niet van deze tijd. Als het doel is mensen te overtuigen en “mee te nemen”, moet je dat wél doen op een manier die aansluit bij deze tijd: visueel aantrekkelijk, overzichtelijk en kernachtig.
  • bij mij roept het manifest het beeld op van ‘verbitterdheid’ bij de ondertekenaars. Ik kan begrijpen dat zij verbitterd zijn. Maar: verbitterdheid is nooit een effectieve manier om verandering in gang te zetten. Dat kan pas na volledige ‘acceptatie’ van de feiten. Pas dán heb je kracht om anderen te overtuigen. Mijn advies is daarom: accepteer dat de situatie zo is als die nu is (zonder dat je die situatie hoeft goed te keuren) en ga dán vanuit je kracht er wat aan doen.
  • ook blijken de ondertekenaars naar mijn idee de werkelijkheid niet helemaal onder ogen te zien: inhoudelijk constateren ze de juiste zaken, maar ze lopen weg van het feit dat ‘de politiek’ (helaas) nu eenmaal zo werkt. En de politiek, dat zijn wíj als samenleving: het zijn mensen die wij met zijn allen kiezen, in een systeem dat we samen in stand houden. Ook de politieke werkelijkheid is er één, maar het lijkt erop dat de ondertekenaars daar volstrekt aan voorbij gaan.

En dan kom ik bij mijn belangrijkste punt: doe er wat aan! Ondertekenaars willen dat zorgaanbieders een ‘hernieuwde positie in het maatschappelijk middenveld’ kiezen. Ik zou zeggen: ‘practice what you preach’: laat dan ook in dit stuk zíen dat je die positie neemt. En dus: geef niet zo zeer af op de overheid en politiek, maar laat zien welke keuzes je zélf maakt. Zal ik een paar mogelijke keuzes presenteren?

  • maak duidelijk dat zorginstellingen niet ‘het probleem van de overheid’ gaan oplossen: als die te weinig middelen beschikbaar stelt, dan worden volume en kwaliteit vanzelf minder. Dat is vooral vervelend (en triest!) voor cliënten en hun naasten, maar direct het gevolg van politieke keuzes.
  • zorg er voor dat je als sector de kwaliteit van zorg ‘meetbaar’ maakt: maak met alle partijen een objectief instrument om het niveau van de zorg onomstotelijk vast te stellen. Dan spreken de feiten.
  • als je vindt dat cliëntgroepen te weinig macht hebben: geef een deel van je omzet zonder voorwaarden aan deze groep. Daarmee krijgen cliëntgroepen de mogelijkheid ondermaatse kwaliteit aan de kaak te stellen. Via dit kanaal zal véél meer weerklank gevonden kunnen worden voor de geconstateerde problemen.
  • kijk ook naar de kansen: werk gericht aan een innovatieve cultuur en samenwerking met woningcorporaties. Daar zitten écht mogelijkheden om de kwaliteit van de dienstverlening geleidelijk op een hoger peil te brengen.
  • versterk de onderlinge solidariteit: met inachtneming van mededingswetgeving kan door een versterkte landelijke bundeling van grote zorgpartijen in de praktijk verbetering veel beter worden ‘afgedwongen’. Door meer lef te tonen en te experimenteren met het gezamenlijk níet meewerken aan bureaucratische eisen; door de gezamenlijke introductie van systemen die wél werkbaar zijn en het minimale niveau van zorg helder neerzetten voor cliënten en politiek.

Bij dit alles weet ik: “de beste stuurlui staan aan wal”. Ik hoop van harte dat het Manifest effect zal hebben, maar zie ook nog andere manieren om het schip te doen keren.


Doet u al mee? Projectmanagement in de ouderenzorg.

29 oktober 2008

060700afc51322c642afa90891093876

De komende jaren moet er veel veranderen in de ouderenzorg. Een projectmatige aanpak kan daarbij helpen: voor een beter en efficiënter resultaat. Maar hoe staat het met de projectmanagementvaardigheden in onze sector? Dat wordt duidelijk als u meedoet aan het Nationaal Projectmanagement Onderzoek® Zorg 2008 van Twynstra Gudde. Doet u ook mee? U krijgt de resultaten retour én kunt deelnemen aan een seminar als beloning. Alvast bedankt!

Klik hier voor meer infomatie.

Klik hier om meteen naar de vragenlijst te gaan.