Mooi: nieuwe impuls kleinschalig wonen

22 januari 2009

VWS logo nieuwe   Staatssecretaris Bussemaker maakte dinsdag bekend dat voor de periode 2009-2011 in totaal € 80 mln beschikbaar wordt gesteld voor kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie. Dat is goed nieuws, want de komende jaren moeten er nog zeker 50.000 plaatsen op die manier gerealiseerd worden. Dat is een heuse opgave.

Ik ben altijd nieuwsgierig waar deze overheidsmiddelen nu precies voor bedoeld zijn. Uit de brief van Bussemaker begrijp ik dat het geld vooral bedoeld is:

  • voor intramurale instellingen
  • voor omvorming óf uitbreiding van capaciteit
  • voor scholing of verandermanagement

€ 2 mln komt beschikbaar voor onderzoek, ondersteuning bij besluitvorming, ict/domotica en advies.

De voorwaarden worden uitgewerkt in een beleidsregel van de NZa. Onderwerpen die dan pas duidelijk zullen worden:

  • zijn de middelen ook bestemd voor de eventuele (structurele) meerkosten van kleinschaligheid in vergelijking tot grootschalige, institutionele opvang?
  • kunnen de middelen ook voor fysieke nieuwbouw/transformatie gebruikt worden?
  • hoe kan uitbreiding bekostigd worden met een regeling die naar duur en omvang beperkt is? Komt er structureel meer capaciteit/budget bij?
  • is er kans op verhoging en verlenging van de regeling – dit lijkt me op voorhand wenselijk, gelet op de maatschappelijke opgave
  • kunnen ook zorgorganisaties die kleinschalig wonen via PGB/WMO en eigen betalingen mogelijk maken, hier een beroep op doen?

Het is hoe dan ook mooi dat er een extra impuls is voor het kleinschalig wonen. Zorginstellingen: bereid u zich er alvast op voor!

Download Brief Bussemaker 80 mln


Met zo’n Manifest winnen we de oorlog niet

12 november 2008

‘Slopen van de sector’, kaalslag’ en ‘verschaling in de zorg’. De kwalificaties over de richting van de ouderenzorg zijn niet mis te verstaan in het Manifest Waardige Zorg. Dit Manifest is op 4 november 2008 door een cliënt, een mantelzorger, een groep zorgbestuurders en wetenschappers aangeboden aan mevrouw Bussemaker, staatssecretaris van het ministerie van VWS.

Het is prijzenswaardig dat de zorgen worden geuit: de kwaliteit van de ouderenzorg gaat geleidelijk en sluipend achteruit als gevolg van besluitvorming die gericht is op kostenbeheersing en kostenreductie. Terwijl zorg juist zo’n belangrijke maatschappelijke rol vervult als samenbindend element.

Ik deel de analyse en zorgen op hoofdlijnen. Maar ik zou mezelf niet zijn als ik niet óók wat kritische kanttekeningen bij dit manifest plaats:

  • om te beginnen met de ‘naam’: een manifest over waardige zorg. Met een dergelijke titel ga je de ‘strijd’ natuurlijk niet winnen. Dit soort jaren-50-termen zijn inhoudelijk wellicht terecht, maar kunnen anno 2008 moderne politici en beleidsmakers níet overtuigen. Een vergelijkbare opmerking kan ik maken over de lengte en layout van het stuk. Ook die zijn volstrekt niet aantrekkelijk en niet van deze tijd. Als het doel is mensen te overtuigen en “mee te nemen”, moet je dat wél doen op een manier die aansluit bij deze tijd: visueel aantrekkelijk, overzichtelijk en kernachtig.
  • bij mij roept het manifest het beeld op van ‘verbitterdheid’ bij de ondertekenaars. Ik kan begrijpen dat zij verbitterd zijn. Maar: verbitterdheid is nooit een effectieve manier om verandering in gang te zetten. Dat kan pas na volledige ‘acceptatie’ van de feiten. Pas dán heb je kracht om anderen te overtuigen. Mijn advies is daarom: accepteer dat de situatie zo is als die nu is (zonder dat je die situatie hoeft goed te keuren) en ga dán vanuit je kracht er wat aan doen.
  • ook blijken de ondertekenaars naar mijn idee de werkelijkheid niet helemaal onder ogen te zien: inhoudelijk constateren ze de juiste zaken, maar ze lopen weg van het feit dat ‘de politiek’ (helaas) nu eenmaal zo werkt. En de politiek, dat zijn wíj als samenleving: het zijn mensen die wij met zijn allen kiezen, in een systeem dat we samen in stand houden. Ook de politieke werkelijkheid is er één, maar het lijkt erop dat de ondertekenaars daar volstrekt aan voorbij gaan.

En dan kom ik bij mijn belangrijkste punt: doe er wat aan! Ondertekenaars willen dat zorgaanbieders een ‘hernieuwde positie in het maatschappelijk middenveld’ kiezen. Ik zou zeggen: ‘practice what you preach’: laat dan ook in dit stuk zíen dat je die positie neemt. En dus: geef niet zo zeer af op de overheid en politiek, maar laat zien welke keuzes je zélf maakt. Zal ik een paar mogelijke keuzes presenteren?

  • maak duidelijk dat zorginstellingen niet ‘het probleem van de overheid’ gaan oplossen: als die te weinig middelen beschikbaar stelt, dan worden volume en kwaliteit vanzelf minder. Dat is vooral vervelend (en triest!) voor cliënten en hun naasten, maar direct het gevolg van politieke keuzes.
  • zorg er voor dat je als sector de kwaliteit van zorg ‘meetbaar’ maakt: maak met alle partijen een objectief instrument om het niveau van de zorg onomstotelijk vast te stellen. Dan spreken de feiten.
  • als je vindt dat cliëntgroepen te weinig macht hebben: geef een deel van je omzet zonder voorwaarden aan deze groep. Daarmee krijgen cliëntgroepen de mogelijkheid ondermaatse kwaliteit aan de kaak te stellen. Via dit kanaal zal véél meer weerklank gevonden kunnen worden voor de geconstateerde problemen.
  • kijk ook naar de kansen: werk gericht aan een innovatieve cultuur en samenwerking met woningcorporaties. Daar zitten écht mogelijkheden om de kwaliteit van de dienstverlening geleidelijk op een hoger peil te brengen.
  • versterk de onderlinge solidariteit: met inachtneming van mededingswetgeving kan door een versterkte landelijke bundeling van grote zorgpartijen in de praktijk verbetering veel beter worden ‘afgedwongen’. Door meer lef te tonen en te experimenteren met het gezamenlijk níet meewerken aan bureaucratische eisen; door de gezamenlijke introductie van systemen die wél werkbaar zijn en het minimale niveau van zorg helder neerzetten voor cliënten en politiek.

Bij dit alles weet ik: “de beste stuurlui staan aan wal”. Ik hoop van harte dat het Manifest effect zal hebben, maar zie ook nog andere manieren om het schip te doen keren.


Prezo – paradigmawisseling?!

4 juni 2008

Perspekt2_2In vervolg op mijn bericht van maart jl. heb ik vandaag een persoonlijke toelichting ontvangen op Prezo, het nieuwe kwaliteitssysteem in de zorg van de Stichting Perspekt. Wat leer ik hiervan:

  • vernieuwend is vooral de vertaalslag van te leveren prestaties naar de ‘medewerker’ toe. Voor het eerst worden in dit systeem concrete suggesties gedaan wat mensen op de werkvloer kunnen doen in hún relatie met de cliënt/bewoner. In andere systemen wordt er alleen over gesproken wat ‘de organisatie’ moet doen, maar nog niet wat individuele medewerkers kunnen doen
  • het bevat ook heldere verwijzingen naar geselecteerde bronnen; organisaties hoeven níet zelf het wiel uit te vinden en veel tijd te besteden aan achtergrondinformatie wanneer ze die nodig hebben
  • het is inderdaad en primair een ‘instrument’ dat organisaties kunnen gebruiken voor hun kwaliteitssysteem. Als ondersteuning en toolkit om handen en voeten aan kwaliteitsbeleid te geven. Keurmerken zoals HKZ en NIAZ zijn daarentegen extern gericht als verantwoordingsinstrument aan de buitenwereld.

Per saldo: het systeem zou niets minder kunnen zijn dan een ‘paradigmawisseling’: van aanbod- en organisatiegericht is er nu een eerste klantgericht kwaliteitssyteem. En zo’n paradigmawisseling is (helaas) nog steeds nodig. Het zou mooi zijn als Perspekt, samen met andere partijen, de handen ineen kan slaan om de sector en organisaties nog veel breder zo’n slag te helpen maken.


Alle zorginstellingen door de communicatiemolen

9 mei 2008

CommunicatieDe kwaliteit van de verpleeghuiszorg in 640 instellingen in Nederland wordt steeds beter. Maar: het tempo waarop dit gebeurt is te traag. Als organisatieadviseur weet ik dat organisatieveranderingen -helaas-  vaak meer tijd vragen dan wenselijk is. De constateringen die de Inspectie voor de Gezondheidszorg nu doet, zijn dus niet verrassend.

De conclusie van Verplegenden en Verzorgenden Nederland luidt dat dit vooral te wijten is aan onvoldoende personeel en communicatie. En juist dat laatste – de communicatie – lijkt mij zo belangrijk. Want hoe moeilijk het soms ook is: door zorgvuldig en met een open vizier te luisteren, te vertalen, te toetsen en te spreken kunnen zó veel misverstanden worden voorkomen! Naar mijn idee is communicatie feitelijk de bron én het middel om in de zorg een stuk beter en efficiënter te werken.

Ik zou daarom een stelling willen neerleggen: laat alle medewerkers – van hoog tot laag – een op maat gesneden communicatietraject doormaken, zorg voor continu onderhoud van de communicatievaardigheden van iedereen en de kosten van de zorg gaan omlaag met een verhoogde kwaliteit.


Een gemengde economie van de ouderenzorg; Engeland als voorbeeld

12 april 2008

EngelandSinds Margaret Thatcher spelen private oplossingen voor de ouderenzorg in Engeland een grote rol. Afgelopen week was ik met een groep Nederlandse bestuurders ter plekke om deze nieuwe dimensie te ontdekken. Wat leren we hiervan voor ons land?

Eerst enkele feiten, daarna de analyse:

  • 80% van de ouderenzorg wordt verzorgd door private, commerciële partijen (zorg in instellingen en thuiszorg)
  • consumentenvertegenwoordigers hebben a priori géén voorkeur voor levering van zorg door private of nonprofitpartijen
  • vooruitstrevende nonprofitorganisaties werken, ondanks hun statutaire status, nadrukkelijk wél op commerciële basis – júist om ook kwaliteit, prijs en keuzemogelijkheden aan te bieden. De rendementseisen zijn circa 12-15%
  • het is heel gebruikelijk dat mensen bovenop de, door de overheid bekostigde zorg, een extra eigen bijdrage betalen voor zorg en dienstverlening van hún keuze, via de zogenaamde ‘top up’
  • de omslag in de ouderenzorg in Engeland is relatief heel snel gegaan, met nu ongeveer 5 grote landelijke, ook beursgenoteerde, spelers en (nog steeds) heel veel kleintjes
  • de omvang van woonruimte in instellingen is in Engeland véél lager: 12 m2/persoon is de minimumnorm (!)
  • personalisering is een trend: mensen moeten meer keuze én meer controle krijgen over huisvesting, zorg- en dienstverlening.
  • toegang tot overheidsbekostiging is vermogensafhankelijk
  • er is in het denken in Engeland een omslag geweest van ‘welfare’ naar ‘citizenship’ : van afhankelijkheid naar ‘kijken wat mensen nog wél kunnen’.

Lessen voor Nederland:

  • bij beperkt blijvende collectieve middelen is juist het benutten van commerciële partijen, die een innerlijk motief hebben voor efficiency, keuzemogelijkheden, flexibiliteit en kostenbeheersing, een goede zaak
  • traditionele ouderenzorginstellingen in ons land zouden zichzelf wat minder ‘afhankelijk’ moeten maken van overheidsbeleid, door bijvoorbeeld hogere tarieven te onderhandelen voor betere kwaliteit met het zorgkantoor. Gelet op de druk van wachtlijsten zou de onderhandelingsmacht met zorgkantoren, vooral door grotere regionale en landelijke partijen, méér moeten worden benut. Zij moeten niet de problemen van de overheid oplossen (‘don’t solve the problem of the government’).
  • vanaf 2012, wanneer eventuele ‘winst’ in onze ouderenzorg mag worden uitgekeerd, ligt een sterke en snelle omslag in het verschiet – voor goede overlevingskansen moeten zorginstellingen zich nú al voorbereiden. Vooral door ‘focus’ te gaan aanbrengen in hun producten/diensten (voor wíe lever je wát, en niet ‘alles voor iedereen’ bieden), te werken aan een goede beprijzing en adequaat management
  • de minimumnormen voor eenpersoonsruimten in zorginstellingen van 48m2 kunnen gerust wat kritischer worden bekeken. Voor sommige doelgroepen, bijvoorbeeld de groeiende groep dementerenden, is een aanmerkelijk kleinere omvang best te overwegen
  • in ons land lijkt het systeem ‘vast’ te zitten: aan de ene kant zijn overheidsbudgetten beperkt, aan de andere kant kunnen en mogen zorginstellingen (nog) geen extra betalingen vragen van mensen die méér geld over hebben voor méér of betere diensten en huisvesting! Het lijkt mij dat het niet lang meer kan duren voordat we dit in Nederland ook toestaan.
  • het lijkt me voor de hand liggen dat een vermogenstoets op bekostiging van huisvesting en zorg door de Nederlandse overheid wordt heringevoerd, ondanks de bekende discussies hierover. Als we grenzen moeten stellen aan de overheidsuitgaven, dan is het toch te gek voor woorden dat zélfs mensen met veel eigen vermogen volledig op kosten van de overheid worden gesubsidieerd
  • marktkansen zouden er in Nederland ook liggen voor bedrijven die ouderen proactief helpen bij het aanpassen van hun huur- of koopwoning. Zulke ‘Handy Home Improvement Agencies’ doen het goed in Engeland!

Tot zover – later meer, o.a. over ons bezoek aan Sunrise!


Nieuw kwaliteitsysteem nog weinig opgepakt

24 maart 2008

Prezo_in_schemaEen nieuwe generatie kwaliteitsystemen doet zijn intrede in Verpleging, Verzorging en Thuiszorg. Niet meer meten hoe ‘randvoorwaarden’ en ‘processen’ zijn geborgd, maar kijken hoe de eindgebruiker, de cliënt of bewoner de zorg- en dienstverlening ervaart. ‘Prezo’ is de naam van dit nieuwe systeem (Prestatiemodel Zorg), dat door Stichting Perspekt op verzoek van Actiz is ontwikkeld.

Op internet is er nog (opvallend!) heel weinig over te vinden; ik heb er ook nog geen praktijkmensen over gesproken, daarom hierbij een eerste ‘klinische’ analyse van het nieuwe systeem.

  • Mensen en organisaties ontwikkelen zich voortdurend. Daarom is het begrijpelijk dat ook kwaliteitssystemen zich ontwikkelen.Het kan lastig zijn voor organisaties die nét gewend waren aan een Bronzen Keurmerk of het HKZ-schema, maar wél een teken van deze tijd: ook in de ouderenzorg is níets meer een ‘langjarig gegeven’.
  • Het voordeel van Prezo lijkt te zijn dat nu -eindelijk- wordt uitgegaan van de cliënt én dat wordt uitgegaan van de Normen Verantwoorde Zorg die door alle betrokken partijen (cliënten, zorgaanbieders, medewerkers en overheid) eerder zijn vastgesteld.
  • De opbouw en toelichting van het model komen bij mij vrij begrijpelijk over. Ik kan me echter indenken dat dit ‘op de werkvloer’ anders wordt beleefd.
  • Ik kan nog niet inschatten hoe dit systeem zich verhoudt tot de HKZ- en Perspektkeurmerken. Opvallend is dat op beide sites alle informatie ontbreekt hoe één en ander samen te begrijpen is. Lijkt me toch een voor de handliggende ‘frequently asked question’! (Overigens is op de sites van het Ministerie van VWS en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hier ook geen informatie over te vinden).

Per saldo wil ik hier in de praktijk meer over te weten komen. Als u verdere informatie hebt: ik houd me aanbevolen.

Update 25 maart: Prezo is alleen een ‘instrument’, terwijl de labels van HKZ en Perspekt (ook) een externe waarde hebben: je kunt er mee aan de buitenwereld laten zien dat je aan bepaalde eisen voldoet.

Zie ook deze bestanden:


Nieuwe oplossingen voor WMO

17 februari 2008

Wmo
Staatssecretaris Bussemaker maakt zich zorgen over de personele gevolgen van de WMO. Teveel medewerkers moeten uit dienst treden bij een zorgaanbieder om vervolgens als zelfstandige ‘alphahulp’ onder slechtere voorwaarden en met minder inkomen hetzelfde werk te blijven doen. Wat betekenen de voorstellen van Bussemaker?

Er zijn twee varianten huishoudelijke hulp beschikbaar. Als iemand ‘de regie’ in huis niet meer kan voeren (oftewel niet meer zelf kan zeggen wat, waar en wanneer er in het huis moet worden schoongemaakt) dan krijgt deze persoon een indicatie voor de duurste variant. Als iemand de regie nog wél kan voeren, heeft hij of zij recht op de goedkoopste variant. Voor deze laatste variant worden de alphahulpen ingezet.

Om een indicatie voor huishoudelijke zorg te benutten kan de cliënt een ‘persoonsgebonden budget’ aanvragen om zélf mensen in te huren, desnoods de buurvrouw. De andere mogelijkheid is om een zorgaanbieder de zorg te laten leveren. Bussemaker constateert nu dat de zorgaanbieders die zorg helemaal niet zélf aanbieden, maar feitelijk alleen ‘bemiddelen’. En: de cliënt is formeel zelfs werkgever van de alphahulp, met alle verplichtingen en risico’s van dien.

Als cliënten beter geïnformeerd zijn over hun formele positie bij het gebruik van alphahulpen, zo verwacht Bussemaker, zal de vraag hiernaar sterk verminderen. En kunnen zorgaanbieders via deze u-bochtconstructie veel minder van de goedkoopste variant van huishoudelijke zorg leveren.

Voor de huidige tarieven kunnen thuiszorgaanbieders hun alphahulpen niet terug in dienst nemen, hoe graag ze dat ook zouden willen.  De correctie die Bussemaker nu als ‘marktmeester’ voorstelt zorgt ervoor dat er meer op ‘kwaliteit’ moet worden gecontracteerd. En dat er meer beschikbare middelen voor adequate thuiszorg moeten worden ingezet.