Vijf voor twaalf: ontwikkelingen ouderenzorg in 2012

12 december 2011

Het is vijf voor twaalf. De vergrijzing zwelt aan terwijl de crisis van banken, bouw, woningmarkt en euro de grenzen van onze collectieve verantwoordelijkheid steeds nadrukkelijker toont. Daarom presenteer ik hier een overzicht van de vijf belangrijkste ontwikkelingen voor 2012. Lees de rest van dit artikel »


Wijkzuster nieuwe kansen? Dan welzijn en preventie ook.

10 oktober 2011

Recent onderzoek van bureau BMC heeft aangetoond dat de inzet van de wijkzuster tot forse besparingen kan leiden. Dat is heel mooi en biedt perspectief voor welzijn en preventie. Juist omdat ik begrijp dat het ministerie van VWS de conclusies serieus neemt en zoekt naar mogelijkheden tot bredere inzet van de wijkzuster in heel Nederland. Lees de rest van dit artikel »


Artikel in Tijdschrift voor Verzorgenden

13 juli 2011

Vandaag viel de jongste uitgave van het Tijdschrift voor Verzorgenden op de mat. Daar staat een kort artikel ‘Even bellen met …’ in, waarin ik mijn open brief aan de Tweede Kamer toelicht. Met een aankondiging op de voorpagina met de quote “We moeten gaan sparen voor de ouderenzorg”.

Het artikel begint als volgt: “Hugo van den Beld, politicoloog en adviseur, heeft een open brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin hij pleit voor structurele keuzes in de ouderenzorg. Volgens hem is het onvermijdelijk dat we in de toekomst meer zelf moeten betalen. Ook kunnen dan minder mensen gebruikmaken van de voorzieningen die de overheid vergoedt. Hij vindt dat de nieuwe plannen van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner daarin tekortschieten.”

Klik hier voor het hele artikel.


Staatssecretaris kiest niet voor toekomstbestendige ouderenzorg

5 juni 2011

Maakt staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner structurele keuzes voor een toekomstbestendige ouderenzorg? Het antwoord is ronduit: nee. Haar brief van 1 juni 2011 laat geen toekomstperspectief zien en vooral kortetermijnplannen.

In januari schreef de staatssecretaris nog dat ze de grenzen aan wil geven aan ‘wat wij als samenleving collectief betalen’ en kondigde ze een ‘kanteling aan die we nog niet gewend zijn’. Dat klonk veelbelovend, omdat daarmee voor de langere termijn duidelijk zou kunnen worden waar iedereen aan toe is en we ons goed en tijdig kunnen voorbereiden op de vergrijzing. De brief van 1 juni gaat hier helaas volstrekt niet op in; dat is een gemiste kans die een gebrek aan leiderschap (of de aard van het politieke metier?) blootlegt.

Eén van de weinige maatschappelijke onderwerpen waar we zeker over zijn is de vergrijzing. Dat maakt het goed mogelijk om proactief beleid te voeren: zodat de ouderen van morgen óók van goede huisvesting, diensten en zorg verzekerd zijn. We weten nu óók al dat ‘de overheid’ de kosten van de vergrijzing de komende tien, twintig jaar niet allemaal kan en wil betalen. Er zullen daarom -onvermijdelijk- weer inkomens- en vermogenseisen gesteld worden en mensen zullen meer zorg in eigen hand moeten nemen. Er zullen verschuivingen plaatsvinden in de besteding van tijd en geld van mensen en vormen van zorgsparen en -verzekeren zullen worden geïntroduceerd. Hoe eerder we keuzes maken, hoe geleidelijker we de wijzigingen kunnen introduceren en hoe minder mensen onder pijnlijke maatregelen zullen lijden. Helaas: zelfs de minste verwijzing naar een begin van het keuzeproces ontbreekt in de nieuwe plannen.

Wat staat er dan wel in de brief? Uit de 31 pagina’s tellende brief geef ik hier een overzicht van de belangrijkste plannen:

  • vanaf 2012 komt er € 852 miljoen voor de zorg bij: voor hogere tarieven, meer productie en stages
  • zorgaanbieders moeten een Verpleegkundige of Verzorgende Adviesraad (VAR)  instellen voor gevraagd en ongevraagd advies aan de Raad van Bestuur of directie
  • vanaf 2013 moeten zorgaanbieders bij voorgenomen fusies een fusie-effectrapportage opstellen als onderbouwing van de fusieplannen
  • de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat meer op de werkvloer inspecteren, krijgt extra inspecteurs en programma- en toezichtmedewerkers en krijgt een nieuwe bevoegdheid om, als ultimum remedum, zorgaanbieders vanwege kwaliteitsargumenten op te splitsen
  • de regeldruk moet verminderd worden door onderzoek naar wetgeving die vrijwilligers belemmert, een experiment met verlaging van administratieve lasten en de wens dat gemeenten en zorgkantoren tot uniformering van formats voor informatieaanvragen komen
  • er komt onderzoek naar de introductie van extramurale zorgzwaartepakketten (EZP’s) en er komt een model voor resultaatfinanciering
  • extramurale begeleiding wordt overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo
  • er komen ‘onomkeerbare stappen’ om in intramurale voorzieningen de scheiding van wonen en zorg ‘onverwijld voor te bereiden’: voor aan individuele cliënten toe te delen woonruimte gaan cliënten huur betalen. Dit gebeurt per januari 2014 voor de lage ZZP’s. De eigen bijdragen gaan omlaag en mensen krijgen recht op huurtoeslag als hun inkomenspositie dit toelaat. Per saldo moet dit tot een besparing van € 100 mln leiden
  • de uitvoering van de AWBZ gaat per 2013 van de zorgkantoren naar de zorgverzekeraars
  • het pgb blijft alleen beschikbaar voor mensen met een ‘levenslange en levensbrede zorgvraag’ en krijgt een wettelijke status. Beoogde besparing: € 900 mln
  • de toelating voor het leveren van zorg in natura en het maken van productieafspraken worden vereenvoudigd
Positief zijn extra budget voor handen aan het bed, verminderde regeldruk resultaatfinanciering,  en eenvoudiger toegang tot productieafspraken voor zorg-in-natura. Negatief lijken mij de nieuwe bureaucratie als gevolg van een VAR (als extra orgaan naast  ondernemingsraad en cliëntenraad), de verplichte fusie-effectrapportages en de verminderde pgb-mogelijkheden. Onduidelijk (en in elk geval veel organisatorisch en bureaucratisch gedoe) zijn de extra inspecties, de overheveling naar de Wmo, de nieuwe rol van zorgverzekeraars en het scheiden van wonen en zorg voor bestaande intramurale situaties. Een kans is de noodzaak voor méér innovatie door zorgaanbieders, omdat een grote groep pgb-houders met heel andere wensen, zich straks bij hen zal melden.
Tot slot: ik wéét dat de politiek kortetermijngericht is. Met de nieuwe staatssecretaris, die de ouderenzorg van binnenuit kent, haar januaribrief én de economische ‘crisis als kans’, had ik echter gehoopt op een uitzondering. Vooralsnog is dat ijdele hoop gebleken.

Open brief aan Tweede Kamer: kies voor toekomstbestendige ouderenzorg

9 mei 2011

Aan de (plaatsvervangend) leden van de
Vaste Commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Tweede Kamer der Staten Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Den Haag, 9 mei 2011

Open brief: kies voor toekomstbestendige ouderenzorg

Geachte volksvertegenwoordigers,

Wilt u de ouderenzorg in de toekomst goed regelen? U vervult binnenkort een sleutelrol om dat mogelijk te maken. Mag ik u via deze brief alstublieft vragen om structurele en kamerbrede keuzes?

Deze maand komt staatssecretaris Veldhuijzen Van Santen-Hyllner met een programmabrief, als uitwerking van haar brief van 28 januari 2011 ‘Vertrouwen in de zorg’. In de januaribrief schrijft ze dat ze de langdurige zorg op orde wil krijgen: de kwaliteit van zorg moet beter, we moeten de eigen kracht van burgers meer benutten en een vangnet bieden voor mensen die het nodig hebben. Ook wil de staatssecretaris “de grenzen aangeven wat wij als samenleving collectief betalen”.

De vergrijzing is een fantastisch resultaat van onze welvaart. Tegelijkertijd zijn de gevolgen ingrijpend en tegenwoordig goed bekend. Het aantal 80-plussers verdubbelt tot 2030, de kosten van ouderdomsziekten stijgen met 2,5% per jaar, terwijl we te weinig mensen hebben die in de zorg werken. Het is daarom onvermijdelijk om ingrijpende keuzes over de collectieve bekostiging van de ouderenzorg te maken. Het móet drastisch anders.

Als de collectieve lasten voor de ouderenzorg draagbaar moeten blijven en we de kwaliteit op peil willen houden, zijn er slechts een paar oplossingen: minder mensen kunnen gebruik maken van voorzieningen die de overheid vergoedt en mensen moeten meer zelf betalen en/of zelf doen. Dat zijn we in Nederland niet gewend: de toegang beperken en via private middelen de ouderenzorg op peil houden! Dat is -helaas- pijnlijk en lastig. De kans op politieke en maatschappelijke verontwaardiging is daarom groot.

Echter, als geïnformeerde leden van de Tweede Kamer kunt u leiderschap tonen. Door níet partijpolitiek te reageren en níet voor de korte termijn te kiezen. Het is aan u om de realiteit te onderkennen. Hoe langer we wachten met structurele oplossingen, hoe minder goed mensen en organisaties zich kunnen voorbereiden en hoe pijnlijker toekomstige keuzes worden. En andersom: hoe eerder u keuzes maakt, hoe groter de kwetsbaarste groep die blijvend op overheidssteun kan rekenen!

Daarbij werken een aantal zaken in het voordeel. De gemiddelde pensioenen en vermogens stijgen de komende jaren aanzienlijk. Er zijn grote verschuivingen in vrijetijd- en bestedingspatronen denkbaar. Ook zijn spaar- en verzekeringsvormen voor toekomstige generaties ouderen goede oplossingen en zijn er in ons land al diverse nieuwe initiatieven die de eigen kracht van mensen ondersteunen.

Kortom: als de staatssecretaris binnenkort voorstelt om minder mensen toegang tot collectief gefinancierde ouderenzorg te verlenen, ondersteun die richting! Die is immers niet te vermijden. En richt uw politieke keuzes op de voorwaarden, de overgangstermijnen, de fiscale ondersteuning en de acceptatie van dit nieuwe beleid in de samenleving. Daarmee maakt u de ouderenzorg toekomstvast.

Als politicoloog volg ik politiek en beleid op dit terrein al meer dan twintig jaar. Ik ben ongebonden en beschouw het haast als mijn burgerplicht u deze brief te schrijven. Mocht u nu of later van gedachten willen wisselen met mij, dan ben ik daartoe uiteraard graag bereid.

Ik wens u veel wijsheid toe,

Met vriendelijke groet,

Hugo van den Beld

cc: Staatssecretaris mevrouw Veldhuijzen Van Santen-Hyllner

> Download: Open brief leden Vaste Kamercommissie VWS 9 mei 2011


Toekomstvaste keuzes in de ouderenzorg; gaat VWS die dan toch maken?

28 januari 2011

Als samenleving moeten we keuzes maken: zo snel en duidelijk mogelijk. Keuzes die aangeven waar we nu en in de toekomst op kunnen rekenen als het gaat om collectief gefinancierde ondersteuning bij wonen, zorg en diensten voor ouderen. Zodat we ook weten waar we zélf voor moeten zorgen. En iedereen zich daar op kan voorbereiden in spaarvormen, verzekeringen, communities en zorgruil. Hoe kijkt onze staatssecretaris hier tegenaan?

Na de minister van VWS (eergisteren), heeft vandaag staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyliner haar toekomstplannen bekend gemaakt met het motto’ Vertrouwen in de zorg’ . Zoals dat gaat: eerst is er een Regeer- en Gedoogakkoord met de grote lijnen, nu volgt een uitwerking van de grote lijnen en pas later komen concrete beleidsplannen. Waar gaan we heen? Ik haal er de belangrijkste zaken voor de ouderenzorg uit.

Algemeen

VWS wil de langdurige zorg op orde krijgen. Dat is een mooie ambitie. De kwaliteit van zorg moet beter, we moeten de eigen kracht van burgers meer benutten en een vangnet bieden voor mensen die het nodig hebben. Meerdere keren komt de ‘eigen kracht van mensen en hun netwerk’ aan bod. Ook wil VWS de grenzen aan gaan geven wat wij als samenleving collectief betalen. Er moet een kanteling komen die we nog niet gewend zijn.

Samenvatting

  • De organisatie van de zorg moet anders, met andere keuzes tussen collectief en privaat gefinancierde zorgfuncties. Voorjaar 2011 komt hier een brief ‘vernieuwingsprogramma langdurige zorg’ voor. In totaal is € 860 miljoen op jaarbasis beschikbaar. Ook voor de scheiding wonen-zorg en de overheveling van zorgkantoren naar zorgverzekeraars
  • Zorgvernieuwing: hier bouwt VWS op bestaande programma’s: ‘Zorg voor Beter‘, ‘ Werken aan de Zorg‘, ‘Beter in Meedoen‘ en het ‘Nationaal Programma Ouderenzorg‘. Ook ‘In voor Zorg‘ zal een belangrijke rol hebben bij het verspreiden van kennis en stimuleren van innovatie
  • Kwaliteit: er komen één kwaliteitsnormenset en een nieuw Kwaliteitsinstituut. De Inspectie gaat werken volgens ‘high trust, high penalty’
  • Eigen kracht: de pgb’s worden eerst solide en betaalbaar gemaakt en daarna wettelijk verankerd. En de gemeenten hebben volgens VWS met de overheveling van begeleiding en dagopvang een instrument om samen met mensen en hun netwerk oplossingen te vinden vanuit eigen kracht
  • Misbruik: in april 2011 komt VWS met plannen om de bescherming en ondersteuning van slachtoffers te verbeteren. Ook komt er een actieplan ‘Stop Ouderenmishandeling’. Ook worden er keuzes gemaakt over een meldcode en/of meldplicht rond mishandeling
  • Waardering van medewerkers: er komt een experiment regelarme zorginstellingen, waarbij de bewijslast wordt omgedraaid. Niet de aanbieder moet aantonen dat een regel tot onnodige bureaucratie leidt, maar de regelgevende instanties moeten aantonen dat de regels noodzakelijk zijn. Voorjaar 2011 komt er ook een brief rond opleiding en scholing van medewerkers
  • Dialoog professional en cliënt: in déze dialoog wordt kwaliteit van zorg gemaakt. In de Beginselenwet Zorginstellingen krijgt deze dialoog een wettelijke basis. Ook de nieuwe Wet cliëntenrecht zorg is belangrijk voor een betere positie van de cliënt
  • Gemeenten gaan zorgen voor makkelijk contact: gemeenten moeten de poortwachter worden voor de ondersteuning die mensen nodig hebben. Daarom wordt de functie begeleiding uit de AWBZ overgeheveld naar gemeenten.
  • Menselijke maat en binnen handbereik: om ervoor te zorgen dat de wensen van mensen en eigen kracht centraal staan, bouwt VWS op de programma’s ‘De Kanteling‘ en ‘Welzijn Nieuwe Stijl‘ voor gemeenten en welzijnsorganisaties. Voorjaar 2011 komt er ook een VWS-visie over cliëntondersteuning. Ook komt er een rapport rond eenzaamheidsbestrijding.

Reflectie

Ik vind het mooi dat de eigen kracht zo vaak genoemd wordt, dat VWS in lijkt te zien dat er écht iets groots moet gebeuren om de zorg toekomstvast te houden. Ik ben zeer benieuwd naar de keuzes collectief/privaat; dat is de Million Dollar Question. En het is duidelijk dat gemeenten nu toch écht ‘aan de bak’ moeten. Met verdergaande vernieuwing binnen zorg en welzijn. Er is nog een flinke slag te maken, maar misschien komt er tóch deze kabinetsperiode de helderheid die wij als samenleving zo nodig hebben.


VWS: Eigen verantwoordelijkheid, de buurt en innovatie

27 januari 2011

Gisteren stuurde minister Schippers haar beleidshoofdlijnen naar de Tweede Kamer in de brief ‘Zorg die werkt’. Het gaat hierin vooral om de curatieve zorg. Tóch zijn delen van belang voor de ouderenzorg. Die onderdelen haal ik er hier uit. Waarbij ik moet concluderen voor de ouderenzorg vooral uit te kijken naar de brief van staatssecretaris Velthuijzen van Zanten.

  • Nadrukkelijk wordt genoemd dat ook patiënten hun eigen verantwoordelijkheden moeten nemen. De minister gaat positieve initiatieven, gericht op de mogelijkheden van patiënten om zelf wat aan de ziekte te doen, versterken. Dit geldt ook voor e-health. Dit is van belang voor de beweging Zorg in eigen hand.
  • Ook is er veel aandacht voor zorg in de buurt, waar mensen tussen wal en schip vallen bij gebrek aan samenwerking in de eerstelijn. Verzekeraars moeten positief onderscheidende prestaties, inclusief ruimere dienstverlening, beter belonen.
  • Zorgverleners moeten blijven investeren in zorgconcepten en arbeidsbesparende technologieën.

Hoe zou VWS dit straks in écht beleid en financiën vertalen? Ik zie in elk geval mogelijkheden om deze visie ondersteunend bij één concrete opdracht te laten zijn.