Nieuwe checklist samenwerking wonen, welzijn en zorg

28 april 2011

Samenwerking in wonen, welzijn en zorg is een actueel thema. Dat bleek uit de aanwezigheid van meer dan 40 gasten van Quintis en Hugo van den Beld tijdens het Werkatelier ‘Slimme constructies in wonen, welzijn, zorg’ op dinsdag 26 april 2011 in Nieuwegein.

Samenwerking tussen woningcorporaties, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en gemeenten wordt steeds belangrijker. Er is meer vraag naar diensten op dit terrein, terwijl budgettaire druk de urgentie van samenwerking groter maakt. Ondanks veel overeenkomsten, blijkt samenwerking tussen partijen niet vanzelfsprekend. Gelukkig zijn er anno 2011 al veel ervaringen en inzichten opgedaan, die tijdens het Atelier aan bod kwamen.

Voorbereiding

In de voorbereiding van samenwerking is het belangrijk om eerst ‘jezelf’ en ‘de ander’ goed te kennen, net zoals het belangrijk is te weten hoe samenwerkingsprocessen in elkaar zitten. Samenwerking is niet iets wat je ‘erbij’ doet, maar betrokkenheid, reflectie en daadkracht vraagt. Met aandacht voor de verbinding van belangen liggen goede resultaten in het verschiet. Door te investeren in de voorbereiding van samenwerking is het mogelijk om later voorspoediger en betere resultaten neer te zetten.

Checklist

Quintis en Hugo van denBeld bundelden hun kennis in een nieuwe ‘Checklist slim samenwerken in wonen, welzijn en zorg’. Dit instrument kunt u inzetten bij de beoordeling en versterking van de samenwerking met uw partners. U kunt dit instrument hier downloaden.

Onderzoek

De afgelopen maanden hebben Quintis en Hugo van denBeldtien slimme constructies in wonen, welzijn en zorg onderzocht, op basis van een oproep via LinkedIn. Het gaat om de volgende voorbeelden:

  1. Amaryllis, Leeuwarden
  2. Buurtbewoners helpen elkaar, Nijmegen
  3. Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg, Den Bosch
  4. DOOR!, Eindhoven
  5. Huis van de Buurt, Amsterdam
  6. Mienskipssoarch, Aldeboarn
  7. Platform GEEF, Heerenveen
  8. Stadsdekkende personenalarmering, Purmerend
  9. Toewijzing Mantelzorgwoningen, Amstelveen
  10. Woonservicezone Monnikenhof, Vianen

De dames Knapen en Van der Gouw vertelden hun persoonlijke ervaringen met respectievelijk het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg en het Huis van de Buurt.

Tien lessen voor slimme constructies

Het onderzoek leert dat effectieve, duurzame samenwerking geen gemeengoed is en overal anders vorm krijgt. Toch blijken er goede resultaten bereikt te kunnen worden. Elkaars infrastructuur wordt benut, samen vinden onderzoeks- en ontwikkelactiviteiten kosteneffectief plaats, is multidisciplinaire hulp dichterbij en kunnen mantelzorgwoningen, nachtelijke personenalarmering, informele hulp, flexibele meedenkers en nabuurschap gerealiseerd worden. Voorwaarden hiervoor zijn: durf verantwoordelijkheid bij anderen neer te leggen, houd zaken eenvoudig, ga uit van persoonlijke relaties en heb lef om zaken ‘anders’ te doen. De volledige onderzoeksresultaten treft u hier aan.

De workshops: geld, samenwerking en instrument

In werkgroepen zijn drie onderwerpen verder uitgediept. Het bekostigen van initiatieven is vaak lastig. Dan helpt het om goed de verwachtingen te managen, de ‘social return on investments’ duidelijk te maken, bewoners te laten meefinancieren, met open boeken te werken en te zoeken naar win-winsituaties. Om duurzame samenwerking mogelijk te maken volgt een pleidooi voor een integraal wijk- en buurtbudget waarin WMO-middelen en AWBZ-gelden een plek krijgen. Alle partijen zouden samen plannen moeten maken en verantwoordelijkheid moeten dragen voor de uitvoering! Tot slot blijkt het ‘kijkglas voor samenwerking‘ veel herkenning op te leveren. Dit nieuwe kijkglas helpt om nieuwe of bestaande samenwerking bespreekbaar te maken en de kracht ervan te versterken: van de manier waarop naar de problematiek wordt gekeken tot collectieve, organisatorische en persoonlijke belangen en de algehele context, spelers en het proces.

Conclusies

Samenwerking lééft en wordt steeds belangrijker. Door samenwerking niet als ‘gegeven’ te beschouwen maar actief inhoud en proces te benoemen is er vaak meer mogelijk dan gedacht. Het juni-nummer van Zorgmarkt besteedt uitgebreid aandacht aan de resultaten van dit Werkatelier.

Links:


Het jaar 2011: kanteljaar voor eigen kracht

21 december 2010

2011 wordt een belangrijk jaar voor de ouderenzorg. Er moet fors bezuinigd worden in de zorg; de nieuwe staatssecretaris komt in januari met haar plannen. Gemeenten gaan een tweede fase in met de WMO: minder aanbesteden en meer eigen beleid volgens de ‘ware’ WMO-gedachte: zelfredzaamheid en participatie van de burger bevorderen. In die uitwerking zien gemeenten zich natuurlijk gesteund door de bezuinigingen die de zij moeten doorvoeren. Tegelijkertijd hebben andere maatschappelijke partners, zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorgondernemers ook minder mogelijkheden om sociale investeringen in wijken en buurten te doen. Dat zal het voor alle bestaande partijen een lastig jaar maken.

Maar hopelijk zal 2011 ook een kantelpunt zijn: van afhankelijkheid naar autonomie. Waarbij partijen zich écht gaan realiseren dat goede oplossingen voor kwetsbare burgers alleen door slimme samenwerking mogelijk worden. En een jaar waarbij burgers, cliënten en bewoners daadwerkelijk centraal komen te staan. Meer dan ooit zullen ze zélf verantwoordelijkheid en regie moeten nemen. Hooguit gefaciliteerd door overheid en maatschappelijke partners. Waar de initiatieven van de Eigen Krachtcentrale, De Nieuwe Oude Dag, Zorg in Eigen Hand en Sharecare nu al uiting aan geven.

En dat is dan meteen het goede: er borrelt iets onder de oppervlakte. Met een beetje geluk komt dat naar boven in 2011.  En dringt bij politiek, beleid en samenleving het besef door dat we veel sterker moeten sturen op de eigen kracht van mensen. Waarmee het perspectief voor iedereen er beter op wordt. Voor de nabije en iets verderetoekomst.

De beste wensen voor 2011!


Doe-het-zelf-veranderingen in de AWBZ

12 november 2010

Zou dat kunnen? Niet wachten op onze nieuwe staatssecretaris en onvermijdelijk lange polderprocessen vóórdat de AWBZ structureel vernieuwd of vervangen wordt? Dat was de uitdaging voor de bijeenkomst van vandaag van de nieuwe beweging i.o. ‘Zorg in Eigen Hand‘. Hierbij mijn belangrijkste noties bij deze dag.

Nut en noodzaak: er gaat nu € 22 mld om in de AWBZ voor 600.000 mensen. Het aantal ouderen daarin gaat verdubbelen de komende twintig jaar. Waarbij de grijze druk ook verdubbelt en er onvoldoende ‘handen’ beschikbaar zullen zijn voor alle zorgvraag. Financieel is de AWBZ niet houdbaar. Bovendien: de AWBZ is enorm bureaucratisch én werkt niet activerend. Reparaties in de AWBZ zijn vaak ‘reparaties van reparaties (van reparaties…). Ik kreeg de indruk dat de meeste mensen van mening waren dat de ‘AWBZ failliet’ is, hoewel de NPCF nadrukkelijk de AWBZ wil behouden en vooral binnen en vanuit de AWBZ tot verbetering wil komen en de goede AWBZ-basis wil behouden. Bovendien: wijzigingen aan ‘het systeem’ kunnen ook afleiden van de wérkelijk benodigde wijzigingen. Immers: er zal altijd ‘een systeem’ blijven bestaan.

Kansen en mogelijkheden

  • Er is een te activeren potentieel van één tot anderhalf miljoen 55-75-plussers
  • Laten we niet meer spreken over ‘zorgzwaarte’ maar over ‘zelfredzaamheid’ en een ‘zelfredzaamheidsladder’. Vooral kijken hoeveel mensen nog wél zelf kunnen, in plaats van te beginnen met de hoeveelheid zorg die ze nodig hebben
  • Er zijn niet méér handen aan het bed nodig, maar ‘andere handen’. Investeer in medewerkers op uitvoerend niveau met trainingen, zodat zij ‘als vanzelfsprekend méér aandacht voor zelfredzaamheid’ krijgen
  • Bevorder de ontwikkeling van collectiviteiten: steunnetwerken ‘van onderop’. Zoals de Zorgcoöperatie HoogeloonStadsdorp Zuid en een Societeit in Zwijndrecht of digitale mantelzorgnetwerken, zoals Zorgsite.
  • Besef dat de komende periode vooral diversiteit in aanbod nodig is: allerlei vormen van zelfstandig of semi-zelfstandig wonen zullen worden ontwikkeld. Dit kan voor een belangrijk deel het bestaande, ouderwetse, intramurale aanbod vervangen
  • Ook economische verleidingsinstrumenten inbouwen rond zorg en welzijn, om mensen te stimuleren méér voor anderen te doen als mantelzorger of vrijwilligers
  • Meer inzet en aandacht voor de regie en de opbouw van steunsystemen vanuit bestaande zorgmiddelen toestaan
  • Partijen moeten ook Lef, Durf, Daadkracht hebben, en vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Per saldo: structurele wijzigingen in of vanuit de AWBZ  zijn noodzakelijk, zullen nog lang duren én kunnen afleiden van werkelijk benodigde veranderingen. Beweging is NU al nodig. ‘Zorg in Eigen Hand’ heeft hier wat mij betreft vandaag goede inspiratie en energie gebracht. Wilt u meedoen, hebt u ideeën? Ik ben heel benieuwd.


Crisis biedt kansen voor zorg en wonen

1 maart 2010

FD Bron: Financieel Dagblad, 1 maart 2010, p.7, door Hugo van den Beld en Dave van Zalk

De economische crisis en voortdurende financiële onzekerheid voor zorgaanbieders dwingen woningcorporaties en zorgaanbieders om beter samen te werken. Partijen kunnen dan snel meer woonzorgvastgoed voor ouderen realiseren als de economie weer aantrekt. Dus moeten zij juist nu investeren in de onderlinge samenwerking.

Nederland stevent af op een groot tekort aan huisvesting voor ouderen. Dat komt mede doordat woningcorporaties en zorginstellingen onvoldoende met elkaar samenwerken en elkaars belangen niet begrijpen. De bouw van goede huisvesting voor ouderen komt hierdoor nauwelijks van de grond. Betere samenwerking is vereist om het dreigende tekort af te wenden.

Op dit moment zijn er 2,5 mln 65-plussers in Nederland. In 2025 is dat aantal gegroeid naar 3,7 mln en in 2040 kent ons land maar liefst 4,5 mln 65-plussers, ofwel 25% van onze bevolking. Het aantal mensen met dementie stijgt met 65% tot 2025. Daarnaast heeft 12% van de Nederlandse bevolking een matige tot ernstige lichamelijke beperking.

Kleinschaligheid van wonen en zorg, kwaliteit, keuze en differentiatie van het aanbod zijn steeds meer gewenst en vragen om transformatie van een sector. Vanaf 2004 zouden volgens berekeningen van de ministeries van VWS en Vrom minstens 45.000 extra woningen per jaar specifiek voor mensen met een zorgvraag moeten worden gebouwd. Ondanks onenigheid over deze getallen, zijn alle betrokken partijen het erover eens dat overal in ons land een forse opgave ligt om tot meer geschikte woningen te komen.  Sinds 2004 zijn in totaal per jaar niet meer dan 80.000 nieuwe woningen gebouwd. Daarmee is het vrijwel uitgesloten dat genoeg woonzorgvastgoed is gerealiseerd.

Een groeiende transparantie en professionalisering van toezicht en besturing vragen om strategisch handelen bij samenwerking. Tot op heden komen deze vaak toevallig en vanuit persoonlijke relaties tot stand. Veel winst valt te behalen door te investeren in keuze van samenwerkingspartners en de vormgeving van de samenwerking. Ook moeten beide partijen ervoor zorgen dat medewerkers op alle niveaus voldoende kennis en samenwerkingsvaardigheden hebben.

Dat vraagt de nodige inspanning. Gelukkig biedt het huidige economische klimaat uitkomst. Immers, met het stilvallen van bouwinitiatieven is het juist nu de tijd om het thema samenwerking serieus op te pakken. Geen beter moment dan nu om te investeren in samenwerking voor wonen en zorg.


Inspirerende middagen over samenwerking in wonen en zorg

20 januari 2010

Tg
Samenwerking tussen zorgaanbieders en woningcorporaties is noodzakelijk, maar niet vanzelfsprekend. Wij nodigen u uit om één van de drie bijeenkomsten bij te wonen voor en met woningcorporaties en zorgaanbieders. Tijdens de bijeenkomsten krijgt u op een informele, persoonlijke en actieve wijze de gelegenheid om uw eigen vragen, kansen en problemen te delen. Om samen met ons en de andere gasten tot nieuwe inzichten te komen. De samenwerkingsinzichten en -instrumenten uit het boek ‘Essenties voor samenwerking in wonen en zorg’, het nieuwe 'kijkglas voor samenwerking' en de speelfilm 'Het boekje van Ellen' vormen de rode draad voor het programma. Kijk hier voor meer informatie en aanmelding.


Toekomst voor de thuiszorg: pakketkeuzes en activeren private middelen

18 juni 2009

Uiteindelijk maak ik geen gebruik van de uitnodiging om als werkvelddeskundige mijn ervaringen te delen in een hoorzitting van de Tweede Kamer over de toekomst van de thuiszorg, waarover ik eerder berichtte. Ik heb natuurlijk wél een mening, die ik hier graag deel. Wat vindt u?

Thuiszorg Een aantrekkelijke toekomst voor de thuiszorg is mogelijk. Als de politiek structurele keuzes maakt ontstaat langjarige helderheid voor iedereen. Daarmee komt goede zorg beschikbaar voor de laagste inkomens- en vermogensgroepen, worden voor alle overige groepen private middelen geactiveerd die nu nog onbenut blijven, wordt het collectieve lastenniveau beperkt en komt er verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de zorg. Dit is kortgezegd mijn visie voor de toekomst van de thuiszorg. Iets uitgebreider leest die als volgt:

1. Wijzigingen en een nieuw evenwicht kosten tijd en geld
De thuiszorg bevindt zich in een overgangsfase: van relatief ‘zekere’ aanbodsturing naar ‘onzekere’ vraagsturing met een sterke druk op prijzen, verhoogde risico’s en regeldruk, meer concurrentie en meer aandacht voor kwaliteit. Elke systeemwijziging vraagt tijd en geld en levert ‘verliezers’ en ‘winnaars’ op.

2. Ook met de vergrijzing zijn er voldoende middelen voor kwaliteit
De vergrijzing stelt in de toekomst nog meer grenzen aan de middelen die de overheid beschikbaar heeft voor preventie, welzijn, diensten en zorg. Gelukkig is ons land welvarend genoeg om maatschappelijke zorg- en dienstverlening van voldoende omvang en kwaliteit te leveren. Er is een omvangrijk, nog ongebruikt, reservoir van middelen dat nu voor andere doeleinden wordt gebruikt, zoals voor huisvesting, mobiliteit en ontspanning. De uitdaging is daarom: hoe activeren we deze private middelen voor de zorg?

3. Steeds meer verschraling en tweedeling
Door het uitblijven van structurele keuzes voor de toekomst is het moeilijk om doelgericht te werken aan verbetering van keuze, toegankelijkheid, prijs en kwaliteit van de thuiszorg. Daardoor ontstaan ongewenste effecten: de zorg wordt schraler en welgestelden kunnen hun zorg steeds beter privaat inkopen terwijl het grootste deel van onze inwoners straks uitsluitend kan rekenen op armoedige publieke zorg.

4. Het alternatief: collectief voor wie nodig, privaat voor wie mogelijk
Spoedige structurele keuzes leveren een wenkend perspectief op. In dit beeld vergoedt de overheid de kosten van goede welzijnsdiensten en zorg aan mensen met weinig inkomen en vermogen. Alle inwoners die het financieel beter hebben, regelen dit zelfstandig: door sparen, verzekeren en/of het gebruik van eigen vermogen. Het effect hiervan is: mensen aan de onderkant van de samenleving hebben zonder meer recht op goede zorg waar niet telkens op bezuinigd wordt. Daarnaast is de grote middengroep van onze samenleving niet langer afhankelijk van een collectief systeem dat steeds minder te bieden heeft; deze groep kan nu zélf bepalen hoeveel en welke kwaliteit van zorg aan hem of haar geleverd wordt.

5. Een nieuwe toekomst is gebaseerd op drie elementen
De centrale keuzes die in mijn visie gemaakt zouden moeten worden, betekenen een paradigmawisseling en gaan over:

  • de doelgroep: welke inkomens- en vermogenseisen gelden voor welke ondersteuningsvragen? Met deze keuze realiseert u een aanzienlijke beperking in vergelijking met de (kosten van de) huidige brede toegang;
  • de duur van een ingroeitermijn: het is noodzakelijk, vergelijkbaar met wijzigingen van de AOW-leeftijd, om mensen ruim de tijd te geven maatregelen te treffen voor het nieuwe systeem;
  • automatische indexering aan ons welvaartsniveau: het is nodig om de toegang en omvang van overheidsdekking robuust vorm te geven, zodat private partijen voldoende zekerheid hebben om investeringen te doen die over lange termijn kunnen worden terugverdiend.

6. Nieuwe producten en diensten als aanvulling op overheidsverstrekkingen
Met duidelijkheid over de toekomstige overheidsverstrekkingen kunnen organisaties producten en diensten ontwikkelen voor alle mensen die in de nieuwe toekomst geen aanspraak kunnen maken op deze collectieve middelen. Dit is vergelijkbaar met verzekeringen en spaarproducten voor studiefinanciering, arbeidsongeschiktheid en uitvaartverzorging.

7. Een aantrekkelijk perspectief voor iedereen
De voorgestelde keuzes zijn goed voor iedereen: de overheid beperkt de collectieve uitgaven voor welzijn en zorg, de kwaliteit van zorg neemt toe en de inzet van zorgondernemers kan zich versterkt richten op de wensen van burgers. Omdat er geen beperkingen meer zijn voor de totaaluitgaven aan de zorg, kan aan zorgmedewerkers een beter beroepsperspectief gegeven worden. Naar mijn idee is het daarom belangrijk de benodigde keuzes niet langer uit te stellen.


Bestuurders zijn van betekenis

29 april 2008

BestuurdersbetekenisSamenwerking, fusies, alliantievorming, netwerken en ketenzorg zijn heel belangrijk. Het thema komt regelmatig terug op dit weblog. Twee van mijn collega’s zijn onlangs gepromoveerd op dit onderwerp na onderzoek in de zorg en gebouwde omgeving. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig met deze collega’s Wilfrid Opheij en Edwin Kaats mogen samenwerken en daardoor hun gedachtengoed geleidelijk goed meegekregen.

Míjn interpretatie van hun onderzoek luidt als volgt. Bij samenwerkingsvormen wordt vaak gesproken over rationele argumenten. Het gaat dan over bijvoorbeeld de effectiviteit in marktbenadering, efficiency in bedrijfsvoering en de mogelijkheid om kennis en vaardigheden te delen. Maar wat leert het onderzoek: er is nog méér aan de hand. Ook persoonlijke motieven en drijfveren van bestuurders zijn ‘van betekenis’. Dus ook hun eigen betrokkenheid, competenties, emoties en belangen zijn bepalend voor de aard, vorm en voortgang bij samenwerking.

Zoals bij veel uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, lijkt ook dit resultaat erg voor de hand liggend. Toch is het bij mijn weten voor de eerste keer dat het zó nadrukkelijk in de praktijk is aangetoond. En zo breed is toegelicht. Petje af voor onderzoek en collega’s – weer iets meer ‘waarheid’ onthuld!